Van Oye, Paul (1886-1969)

Paul van Oye is een betrokken figuur aan de Gentse universiteit, die vanaf zijn studententijd tot ver na zijn emeritaat aan zijn Alma Mater verknocht was. Naast zijn wetenschappelijk onderzoek en docentschap animeert hij het universitaire verenigingsleven en stelt zich genereus ter beschikking om de universitaire uitstraling, bijvoorbeeld aan het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen, te behartigen. Die generositeit spoort met zijn karakter: 'Hij voelde zeer sociaal en hield van de mensen', schrijft zijn collega Jan Gillis.

Studententijd

Paul van Oye wordt in 1886 geboren in Oostende. Hij is het enige kind van Eugeen van Oye, de welbekende muze van Guido Gezelle. Net als zijn vader zal Paul gaan studeren aan de Gentse universiteit, waar hij zich onderdompelt in het Vlaamsgezinde, liberale verenigingsleven en zich inzet voor de vernederlandsing van het universiteitsleven. Naast zijn lidmaatschap van 't Zal wel Gaan behoort Van Oye ook tot de kring van Reiner Leven, een intellectualistisch, progressief en emancipatorisch groepje studenten waartoe kleppers als George Sarton, Hendrik de Man en Paul Kenis behoren. Ze prediken geheelonthouding, maar ook de Vlaamse strijd; ze zoeken contact met de Gentse arbeiders, met de kunstenaarskringen van Latem en met de feministische club van De Flinken.

Student Van Oye houdt in het bijzonder van de lange natuurwandelingen die hij met gelijkgestemden zielen maakt en de botanistische excursies die hij samen met professor Julius Mac Leod en de leden van Dodonaea - een Vlaamsgezinde studiekring - onderneemt.

Van 1905 tot 1911 studeert Van Oye natuurkunde. Hij promoveert in de dierkunde. Daarna vat hij gelijktijdig studies geneeskunde aan met een prille wetenschappelijke carrière. Hij neemt deel aan de Vlaamse Natuur- en Geneeskundige Congressen en werkt samen met de bacterioloog Achiel Minne.

Nederlands-Indië en Belgisch-Congo

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wijkt Van Oye uit naar Nederlands-Indië. Zeven jaar lang kan hij op Java dierkundig onderzoek verrichten aan het laboratorium voor zeevisserij te Batavia en het laboratorium voor de binnenvisserij te Tasikmalaja en hij geeft tevens les aan de School tot Opleiding van Indische Artsen. Hij schrijft meerdere werken over de microflora van Java. Ook in Belgisch-Congo bedrijft hij de tropische wetenschap. Hij onderneemt vanaf de jaren '20 een tiental reizen naar de kolonie. In opdracht van de Minister van Koloniën moet hij er in 1922 de mogelijkheden voor de viskwekerij bestuderen. Tijdens een nieuwe zending in 1925 laat Van Oye levende vissen vanuit Antwerpen naar Stanleystad invoeren en controleert hij geïmporteerd vee uit het oosten van de kolonie. Na deze korte tewerkstellingen in Belgisch-Congo wordt Van Oye in 1926 benoemd aan de Gentse universiteit voor dierkundige en botanische vakken. De benoeming van Van Oye kadert in een actieve politiek van de bevoegde minister Camille Huysmans om het Gentse professorenkorps te vernederlandsen. Van Oye behaalde ondertussen in 1925 in Antwerpen de titel van doctor in de Tropische Geneeskunde. Aan de faculteit Wetenschappen verzorgt hij ook het vak Etnografische Aardrijkskunde en aan de Bijzondere Handelsschool van de rechtsfaculteit de cursus Volkenkunde. Hij legt in 1928 ook de basis voor het Etnografisch Museum dat deel wordt van de huidige Etnografische Verzamelingen.

Als onderzoeker zal Van Oye vooral naam maken als hydrobioloog. Hij draagt in die hoedanigheid ook bij aan de zogeheten 'overzeese' wetenschap. In 1937 wordt hij gewoon hoogleraar, in 1939 wordt hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie, Klasse der Wetenschappen. Al die jaren ijvert hij voor de vorming van een hoogstaande Nederlandstalige universiteit in Gent die ook haar sociale opdracht niet vergeet. Hij is voorzitter van het natuurkundig genootschap Dodonaea en van Hooger Onderwijs voor het Volk, dat een bijzonder succesvol universitaire lezingencircuit aanbiedt. Hij spreekt regelmatig voor het Gentsch Studentencorps, hij is lid van de Bond der oud-leden van 't Zal wel Gaan, hij engageert zich in de de eerste Vlaamse vrijmetselaarsloge, samen met collega's als Paul de Keyser, Edgard Blancquaert en Paul de Backer. Hij is ook conservator van de dierkundige verzamelingen. 

Wereldoorlog II en Congo

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog behoort Van Oye tot de zogenaamde 'Toulouse-professoren', wat hem een eerste dosis moeilijkheden oplevert. In de volgende jaren speelt hij een actieve rol in het verzet. In mei 1943 wordt hij samen met de ingenieur Gustave Magnel geschorst aan de universiteit op verdenking van spionage. Van Oye wordt enkele weken gevangengehouden en zal, voor de duur van de oorlog, geen lessen meer geven.

Na de oorlog wordt Van Oye hersteld in zijn ambt. In 1956 gaat hij op emeritaat. Onder de talrijke mandaten en academische lidmaatschappen die hij bekleed heeft, vermelden we ook zijn koloniale engagementen in de tweede helft van de jaren '50: het ondervoorzitterschap van de Raad van Beheer van de officiële universiteit van Elisabethstad en zijn lidmaatschap van de Hoge Raad voor Onderwijs in Belgisch Congo en Ruanda-Urundi.

Geschiedenis van de wetenschappen

Vanaf de jaren 1940 neemt Van Oye zijn belangstelling voor de geschiedenis van de wetenschappen toe, een discipline die door zijn medestudent George Sarton was geïnitieerd. Vooral met de medicus Albert van de Velde en de chemicus Jan Gillis zal hij zowel binnen de Koninkijke Vlaamse Academie als aan de Gentse universiteit wetenschapshistorische publicaties uitwerken en initiatieven opzetten. Van Oye wordt medestichter van de Bestendige Commissie voor de Geschiedenis van de Wetenschappen van de Vlaamse Academie, oprichter van de zuidelijke tak van het Genootschap voor de Geschiedenis der Geneeskunde, Wiskunde en Natuurwetenschappen (Gewina), medestichter van het tijdschrift Scientiarium Historia en, vanaf 1961, directeur-conservator van het Gentse Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen.

In 1969 komt een einde aan Van Oyes rijkgevuld leven. Een van zijn collega's herinnert hem als het type van de 'Vlaamse romantische persoonlijkheid', gul en rechtschapen, met een grote culturele belangstelling en sociaal engagement. Zijn nalatenschap bestaat uit een omvangrijke bibliografie, met naast zijn wetenschappelijke publicaties brievenedities van George Sarton en talrijke portretten van Vlaamse intellectuelen en wetenschappers.

 

Ruben Mantels
Davy Verbeke
Vakgroep Geschiedenis UGent
3 maart 2017

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Mantels, Ruben en Davy Verbeke. "Van Oye, Paul (1886-1969)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd op 03.04.2017. http://www.ugentmemorie.be/personen/van-oye-paul-1886-1969 

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be 

Gillis, Jan. "Oye, Paul Herman Gustaaf van." In Nationaal Biografisch Woordenboek, V: 667-672. Brussel: Paleis der Academieën, 1972.

Mantels, Ruben. Gent: een geschiedenis van universiteit en stad 1817-1940. Brussel: Mercatorfonds, 2013. Print.

Van Oye, Paul. "George Sarton, een internationale figuur uit de geschiedenis der wetenschappen." De Vlaamse Gids '1964): 805-812.

Verbruggen, Christophe. "Het egonetwerk van Reiner Leven en George Sarton als toegang tot transnational intellectueel engagement." BTNG 38 (2008: 1-2): 87-129.

Type persoon: 
Deel deze pagina: