Hacquaert, Armand (1906-1989)

Geoloog Armand Hacquaert maakt in 1923 deel uit van de eerste studentengeneratie aan de deels vernederlandste Nolfuniversiteit en is zo meteen ook de eerste student aan de faculteit Wetenschappen die een Nederlandstalig proefschrift verdedigt. Het Nederlands als volwaardige wetenschapstaal zal hij later uitdragen als toegewijd redacteur van wetenschappelijke tijdschriften. Naast zijn innovatief geologisch onderzoek en zijn impressionante lijst van nationale en internationale wetenschappelijke engagementen en lidmaatschappen, koestert Hacquaert ook een groot sociaal engagement. Zo zet hij zich tijdens WO II aan de universiteit in voor studentenkantine B.R.U.G. en is hij in de jaren '50 ook Gents socialistisch schepen voor Onderwijs en Schone Kunsten.

Decaan

Armand Hacquaert, geboren in 1906 in Sint-Amandsberg, voltooit zijn middelbare studies aan het Koninklijk Atheneum te Gent. Bij zijn inschrijving aan de Rijksuniversiteit Gent in 1923 is hij bij de eerste studenten die in het Nederlands lessen kunnen volgen aan de nieuwe Vlaamse afdeling van de tweetalige Nolfuniversiteit. Hij promoveert tot doctor in de Wetenschappen (groep aard- en delfstofkunde) en wordt eerst preparator bij het Mineralogisch-Geologisch Laboratorium, dan werkleider en vanaf 1932 docent. In 1936 wordt hij bevorderd tot gewoon hoogleraar. Hij is achtereenvolgens secretaris (1933-1942) en voorzitter (1961-1963) van de toenmalige Hogere School voor Handels- en Economische Wetenschappen en van 1957 tot 1960 decaan van de faculteit Wetenschappen. In 1976 wordt hij tot het emeritaat toegelaten.

Onderwijs

Armand Hacquaert doceert meerdere vakken in de aardwetenschappen. Dit zijn vooral algemene en inleidende cursussen over aardkunde, fysische aardrijkskunde en mineralogie in de kandidaturen wetenschappen (waartoe toen ook de veeartsenopleiding en de farmacie behoorden), de burgerlijke ingenieurs en handels- en economische wetenschappen. De meer gespecialiseerde cursussen van mineralogie en petrografie verzorgt hij voor de licenties aard- en delfstofkunde (nu geologie genoemd) en burgerlijke mijn- en metaalkundig ingenieur. Voor duizenden oud-studenten roept het woord ‘geologie’ of ‘mineralogie’ daarom spontaan het beeld op van de getaande, slanke professor, steeds tot een ironische of sarcastische uitspraak bereid.

Voorzitter Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid

Armand Hacquaert vervult, naast zijn onderwijs, talrijke opdrachten van officiële aard als (bestuurs)lid van wetenschappelijke raden en commissies, en bij het inrichten van congressen. Vanaf 1969 tot zijn emeritaat bekleedt hij de belangrijke functie van voorzitter van de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid. Dit brengt uiteraard met zich mee dat hij niet altijd in de mogelijkheid verkeert om zijn onderwijsopdracht volledig te vervullen. Eerder dan (zoals sommige collega’s) die taken officieus op zijn medewerker af te schuiven, staat hij er op dat deze medewerkers hiervoor een officiële ‘suppleantie’ krijgen en dus ook de titel van lector en het erbij horende ‘examengeld’. Dit strookt met Hacquaerts gevoel voor rechtvaardigheid.
Hij is verder lid van een indrukwekkende lijst van nationale en internationale verenigingen, zowel met wetenschappelijke als met sociale of politieke oogmerken. In vele gevallen vervult hij bovendien een bestuursfunctie. Zo wordt hij in 1960 verkozen tot Secretaris-generaal van de International Association of University Professors and Lecturers (IAUPL), waardoor de zetel van deze vereniging naar Gent verplaatst wordt.

Sociale en politieke inspiraties

Reeds als student is Armand Hacquaert ook actief op levensbeschouwelijk en politiek vlak. Meer bepaald als lid van de studentenvereniging ’t Zal Wel Gaan en van het Algemeen Verbond van de Socialistische Studenten, waarvan hij secretaris en later voorzitter is. Van 1953 tot 1958 is hij socialistisch schepen voor Onderwijs en Schone Kunsten van de stad Gent. Onder zijn impuls worden talrijke beslissingen genomen voor de restauratie van oude gebouwen en panden die heden nog een belangrijke rol spelen in het stadsbeeld (zoals het huidige Het Pand, het Huis van Alijn en de Sint-Pietersabdij), en het culturele leven van Gent (onder andere de inrichting van de concerten Rond de Troon van Josef II, nu het Festival van Vlaanderen).
Ook op de universiteit zet hij zich in voor sociale aspecten. Hij is de eerste penningmeester van de vzw de B.R.U.G (Begunstigden Rijksuniversiteit Gent) die tijdens de oorlog een studentenkantine inricht, waaruit later de studentenrestaurants ontstaan. Hij is ook betrokken bij het beheer van het Universitair Sanatorium in de Ardennen.

Wetenschappelijke bijdragen

Vooral in de periode vóór de Tweede Wereldoorlog verricht Armand Hacquaert baanbrekend werk op gebied van radioactieve mineralen en kalkgesteenten uit Belgisch Congo. Hij is ook sterk geïnteresseerd in het kwantitatief onderzoek van slijpplaten (microscooppreparaten van gesteenten) en ontwikkelt hiervoor een speciale microscooptafel (de zogenaamde Shand tafel) waarvan een protomodel in het Museum van de Wetenschappen op de Sterrecampus bewaard wordt. Na de oorlog gaat zijn aandacht vooral naar meer algemene geologische onderwerpen en overzichten. Hij wordt ook lid van de Geologische Commissie van het Ministerie van Koloniën en zetelt in de raad van beheer van het Instituut voor het Wetenschappelijk Onderzoek in Centraal-Afrika (IWOCA). Ondertussen stimuleert hij zijn medewerkers voor wetenschappelijk onderzoek.

Redactie van wetenschappelijke tijdschriften

Tijdens gans zijn loopbaan is Armand Hacquaert zeer actief bij de publicatie van wetenschappelijke tijdschriften en verzamelwerken. Maar het is vooral voor de uitgave van het uitsluitend Nederlandstalige Natuurwetenschappelijk Tijdschrift dat hij zich jarenlang volledig inzet. Hij is redactiesecretaris van 1930 tot 1976. De aanvankelijke bedoeling is wetenschappers de mogelijkheid te geven om hun resultaten in het Nederlands te publiceren (wat voordien in België onmogelijk was), en later om jonge vorsers een kans te geven om hun eerste onderzoek te publiceren, en het Nederlands als wetenschappelijke taal te bevestigen. Hij is ook één van de stichters en eerste voorzitter van Editerra, de vereniging van hoofdredacteurs van Europese tijdschriften voor aardwetenschappen.

Em. prof. dr. Georges Stoops
Vakgroep Geologie UGent
11 augustus 2016

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Stoops, Georges. “Hacquaert, Armand (1906-1989).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 02.12.2016. www.ugentmemorie.be/personen/hacquaert-armand-1906-1989.

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be

Walschot, L. 1998. “Professoren belast met het onderwijs in de geologie en de bodemkunde aan het Geologisch Instituut – Universiteit Gent tot aan de hervorming in 1992.” Natuurwetenschappelijk Tijdschrift 78 (1996): 283-335.

Deel deze pagina: 

Herinneringen

Voor Hendrik Deelstra speelden Lucien Massart en Armand Hacquaert een grote rol op verschillende tijdstippen in zijn carrière

“Ik volgde in het academiejaar 1958-1959 het keuzevak biochemie in Gent en stelde er mijn licentiaatsthesis op bij werkleider Clement De Bruyne. Omdat Lucien Massart niet de mogelijkheid had mij er te laten doctoreren, sprak hij zijn collega Armand Hacquaert aan. Die was dan voorzitter van het Belgisch Centrum voor Wateronderzoek (BECEWA) gevestigd in de kelders van de Rozier. Hacquaert nam mij in oktober 1959 als wetenschappelijk medewerker bij het BECEWA aan. Hacquaert was dan eveneens deken van de faculteit Wetenschappen.

Even later hielp Massart mij opnieuw op weg. Wanneer professor analytische chemie Julien Hoste in 1958 aangesteld werd als docent had hij een mandaat van eerstaanwezen assistent toegewezen gekregen. Op aanraden van Lucien Massart, Armand Hacquaert en Firmin Govaert kreeg ik op 1 maart 1960 deze functie. In het academiejaar 1961-1962 werkte niemand minder dan de zoon van Lucien Massart, Désiré, in het laboratorium van professor Hoste onder mijn leiding aan zijn licentiaatsthesis. Mijn doctoraatstitel behaalde ik in 1963.  

Wanneer in 1971 Lucien Massart lid van de Raad van Beheer van de UIA werd, speelde dit bijna in mijn nadeel. Ik was op dat moment in Antwerpen aangesteld als werkleider in het departement Scheikunde van de UIA, maar stelde mijn kandidatuur voor het docentschap voor het vak Voedselanalyse in het departement Farmaceutische wetenschappen. De steun die ik van Massart kreeg, werd verdacht als vriendjespolitiek. Gelukkig was de voorzitter van de Raad van Beheer, Fernand Nédée, in staat de leden van het tegendeel te overtuigen.”

 

Hendrik Deelstra, 26 september 2017.