Tavernier, René (1914-1992)

Aardwetenschapper René Tavernier heeft met projecten in bodemkunde wereldwijd, de oprichting van het Internationaal Trainingscentrum voor Bodemkundigen (ITC-Gent) in 1963, zijn leiding bij het opmaken van de bodemkaarten van België en Europa en zijn enorme bijdrage aan internationale bodemclassificatiesystemen de Universiteit van Gent op de wereldkaart geplaatst. Vanuit zijn engagement voor ‘de vooruitgang van de aardwetenschappen’ heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd voor de studie van het fysisch milieu van pool tot evenaar. De loopbaan van René Tavernier laat zich samenvatten met de vaststelling dat hij een ‘bouwer’ was, voor de Universiteit Gent (Geologisch Instituut, nu S8 op campus De Sterre), maar ook op nationaal en internationaal vlak.

Van Quartairgeologie naar bodemkunde

René Tavernier, zoon van een veearts, start op zeventienjarige leeftijd zijn studies geologie aan de Rijksuniversiteit te Gent, promoveert in 1935 als licentiaat in de wetenschappen, groep aard- en delfstofkunde, en als doctor in de wetenschappen in 1941. Vooral geïnteresseerd in Quartair-geologisch onderzoek (dit bestrijkt de periode van 2,58 miljoen jaar geleden tot vandaag) wordt hij assistent en vervolgens werkleider aan het Geologisch Instituut van de RUG. Tussendoor studeert hij bodemkunde in Wageningen. In september 1944 wordt hij docent aan de faculteit Wetenschappen van de RUG en in 1948 bevorderd tot gewoon hoogleraar. Hij is directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Fysische Aardrijkskunde en Regionale Bodemkunde en van het Geologisch Museum.

Als geoloog gaat de aandacht van René Tavernier aanvankelijk naar  sedimentpetrologie (studie van de oorsprong, vorming en karakteristieken zoals mineralogische en chemische samenstelling van losse sedimenten en verharde gesteenten), periglaciale verschijnselen (landschapskundige vormen en zichtbare structuren in sedimentafzettingen ten gevolge van glaciale klimaatomstandigheden), sedimentaire structuren in België en de evolutie van het Scheldebekken en de Belgische kustvlakte tijdens het Quartair. De meeste van zijn publicaties daarover zijn nog steeds referentiewerken. Door zijn studie van de relatief jonge sedimenten en geologische verschijnselen, zijn scherpe waarnemingszin op het terrein, zijn uitgebreide historische kennis, zijn enorme wetenschappelijke-literatuurkennis, zijn verbondenheid met het platteland en de voorbeelden uit het buitenland verschuift zijn focus al vlug naar de bodemkunde. Hierin wordt hij tevens aangemoedigd en gesteund door zijn leermeester, de invloedrijke paleontoloog, stratigraaf en natuurbeschermer Victor Van Straelen (1889-1964). 

Bodemkaart van België

Wanneer in 1946 het Comité voor de Opname van de Bodem- en Vegetatiekaart van België wordt opgericht, is het aanvankelijk het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw (IWONL) dat de bodemkundige opnamen sponsort, individueel uitgevoerd door drie centra: Leuven, Gembloers en Gent. Als verantwoordelijke voor het Centrum Gent ziet René Tavernier van meet af aan de noodzaak van coördinatie in. Hij slaagt erin één nationaal Centrum voor Bodemkartering te Gent te vestigen in het Geologisch Instituut van de Universiteit (Rozier). Aldus wordt hij vanaf 1950 directeur van het Centrum voor Bodemkartering, met als voornaamste opdracht de bodemkaart op te nemen en de activiteiten op nationaal vlak te coördineren. Onder Taverniers leiding werkt het Centrum een nationale legende uit voor een éénvormige bodemkaart. De kaarten voor gans België zijn thans beschikbaar; het is zijn levenswerk.

Interesse in de Derde Wereld

René Tavernier ziet ook over de grenzen heen en zeer vlug wordt hij een opgemerkt figuur op internationale bijeenkomsten van bodemkundigen. Vanaf 1949 stuurt hij medewerkers uit voor de bodemstudie en –kartering van Centraal-Afrika. Tijdens het 4de Internationaal Bodemkundig Congres in 1950 in Amsterdam wordt hij verkozen tot voorzitter van de Internationale Bodemkundige Vereniging en zo slaagt hij erin om, in samenwerking met het Nationaal Instituut voor de Landbouwstudie in Belgisch Congo (NILCO), het 5de Internationaal Congres voor Bodemkunde in Leopoldstad (huidige Kinshasa) te organiseren in 1954. Vanaf 1956 neemt Tavernier de leiding over de interdisciplinaire commissie van Ganda-Congo, het door de Gentse universiteit opgerichte universitaire centrum in het noordoosten van Belgisch Congo. In 1958 wordt hij lid van het directiecomité van het NILCO. In 1960 maakt hij deel uit van het team van wetenschappelijke adviseurs dat koning Leopold III in 1962 begeleidt tijdens diens studie- en informatiezending doorheen Zuid-Amerika. In datzelfde jaar slaagt Tavernier erin een geopedologische expeditie naar de Galapagoseilanden te organiseren, uitgevoerd door Laruelle, De Paepe en Stoops.

Zijn groeiende belangstelling voor tropische bodemkunde en de verdere ontwikkeling van de aardwetenschappen in de Derde Wereld brengt hem ertoe een reeks belangrijke projecten uit te voeren voor nationale en internationale organisaties. Universitaire bodemkundige diensten worden onder zijn impuls uitgebouwd in Algerije, Kameroen, Maleisië en Zambia; bodemkarteringsprojecten worden geïnitieerd in Indonesië en Maleisië en bodemkundige studies als basis voor landbouwontwikkelingsprojecten worden uitgevoerd in het toenmalige Zaïre, Ivoorkust, Angola, Saoedi-Arabië, enzovoort.

Internationaal Trainingscentrum voor Bodemkundigen

Bewust van de noodzaak om bodemkundigen van en voor ontwikkelingslanden op te leiden, aarzelt René Tavernier na 1960 niet om stappen te ondernemen voor de uitbouw van een Internationaal Bodemkundig Centrum aan de Universiteit van Gent. Na twee jaar hard lobbyen en met steun van UNESCO ziet op 1 oktober 1963 de eerste postgraduaatopleiding in de bodemkunde het levenslicht: het International Training Centre for Post-Graduate Soil Scientists (ITC-Gent). Vele bodemspecialisten uit quasi alle ontwikkelingslanden in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, alsook uit verscheidene Europese landen, genieten er hun opleiding. Na Taverniers emeritaat zal Carolus Sys de leiding krijgen over ITC-Gent. Deze bodemkundige opleiding bestaat nog steeds onder de benaming Master of Science in Physical Land Resources.

Internationale bodemclassificatie

Door zijn uitgebreide kennis van bodemclassificatiesystemen komt René Tavernier reeds begin jaren 1950 in nauw contact met de Soil Conservation Service van het United States Department of Agriculture (USDA) en verleent hij zijn volle medewerking aan een nieuw classificatiesysteem dat de ambitie heeft de bodems wereldwijd te rangschikken. Dit mondt uit in het beroemde USDA Soil Taxonomy systeem, grotendeels opgesteld door Guy Smith, in nauwe samenwerking met René Tavernier. Dank zij deze inzet wordt de Universiteit Gent een schakel die toelaat dit revolutionair classificatiesysteem te toetsen aan de kennis van bodemexperten van over gans de wereld. Als erkentelijkheid voor zijn bijdrage ontvangt Tavernier in 1980 het Certificate of Appreciation van het USDA.

Bodemkaart van Europa

Naast zijn activiteiten in eigen land en in de tropen wordt Europa natuurlijk niet vergeten. In 1954 wordt René Tavernier voorzitter van het Correlation Committee of the Soil Map of Europe (FAO). Hij werkt nauw samen aan de opbouw van de FAO-UNESCO-legende voor de wereldbodemkaart, en in het bijzonder voor de publicatie van de kaartbladen van Europa op schaal 1 : 5 000 000. In aansluiting hiermee bereidt hij een bodemkaart van Europa met verklarende tekst op schaal 1 : 2 500 000 voor. Hij verleent medewerking of leidt bodemonderzoek en –kartering in onder andere het Groothertogdom Luxemburg, Frankrijk en Griekenland. Voor zijn bijdrage tot de opname van de bodemkaart van het Groothertogdom Luxemburg wordt hem de titel toegekend van Commandeur de l’Ordre du Mérite. In 1980 wordt hij belast met het opstellen van de bodemkaart van de Europese Gemeenschap op schaal 1 : 1 000 000, werk dat hij in 1985 beëindigt.

Tegen wil en dank op emeritaat

René Tavernier is voorzitter of bestuurslid van een zeer groot aantal nationale en internationale wetenschappelijke verenigingen, genootschappen en beheersorganen. Hij was tevens laureaat van de Mac Leod Prijs (1936), van de Agathon De Potter Prijs (1938), van de Van Ertborn Prijs (1948) en van de Tienjaarlijkse Staatsprijs voor de Mineralogische Wetenschappen (1969). Hij ontvangt hiernaast de erkentelijkheidspenning van de Universiteit te Luik en de Grote medaille van de Universiteit Gent.

René Tavernier is een grote persoonlijkheid, iemand wiens gevoelens moeilijk te achterhalen zijn. Maar wie met hem samenwerkt weet dat hij weliswaar veeleisend is, maar toch goed kan luisteren, dat hij een ongelooflijk goed geheugen heeft, ook voor kleine attenties, dat hij rechtvaardig is en mild meteen, dat hij steunt wat hem verantwoord lijkt. Dat hij het leven en zijn werk lief heeft. Hij gaat op emeritaat in 1984, maar is nadien nog bijna iedere dag present in het Geologisch Instituut. Hij overlijdt geheel onverwacht in 1992. 

Em. prof. dr. Eric Van Ranst
Voormalige vakgroep Geologie en Bodemkunde
Faculteit Wetenschappen UGent
20 juni 2016

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Van Ranst, Eric. “Tavernier, René (1914-1992).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 04.08.2016. http://ugentmemorie.be/personen/tavernier-rené-1914-1992.

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be 

Type persoon: 
Deel deze pagina: 

Herinneringen

Onverwacht vluchten na de onafhankelijkheid

“De dagen in Kongo waren psychologisch buitengewoon vermoeiend, door de onveiligheid en de spanning van alleman, blanken en zwarten maar nu voelen wij ons veel beter, buiten Van den Sande. Die is in slechte physische toestand hij is zeer moedig maar kan binnenkort een nerveuze breakdown onderdragen. Alleen in Kasenyi leven was iets verschrikkelijk, hij sliep met zijn revolver sedert weken; en nu heeft hij al zijn notas en verzamelingen verloren [...].”

Professor en paleontoloog Jean de Heinzelin de Braucourt, die na Wereldoorlog II bodemkundig onderzoek in Belgisch-Congo verricht, schrijft in een brief aan René Tavernier hoe zijn collega Paul Van den Sande de spanningen na de onafhankelijkheid van Congo en de vlucht naar Uganda slecht verteert. 

Uit: Archief UGent: 4A2/6, 25/30, doos 4, Congocommissie briefwisseling, 1960-1964. Brief van de Heinzelin naar Tavernier. 14 juli 1960.