Lilar, Suzanne (1901-1992)

Suzanne Lilar was een Franstalige schrijfster, activiste en feministe, afkomstig uit Gent. Ze behoort tot de eerste generatie vrouwen die hun diploma rechten aan de Universiteit Gent haalden. Haar geboorteplaats Gent speelde een belangrijke rol in haar werk, net als haar fascinatie voor middeleeuwse mystieke poëzie en de feministische emancipatiestrijd. Als feministisch activiste toonde ze zich eerder pragmatisch dan radicaal. Zo vinden we in haar ophefmakende kritiek op Simone de Beauvoir uit 1969 een halve eeuw later nog altijd de contouren terug van het huidige maatschappelijke debat over feminisme. 

Vrouwelijk pionier

Als Suzanne Verbist behaalt ze in 1922 haar kandidatuursdiploma letteren en wijsbegeerte dat voorbereidt op een studie rechten. Tijdens haar studies is ze vooral geïnteresseerd in mystieke poëzie uit de dertiende eeuw. Ze behaalt haar doctoraatsdiploma rechten voor een centrale jury in 1925. Ze behoort daarmee tot het eerste kransje vrouwen die dit diploma aan de Universiteit Gent behalen. Madeleine Schauvliege was de eerste in 1922.

Suzanne Verbist wordt in 1926 wel de eerste vrouwelijke advocate aan de balie van Antwerpen. In 1929 huwt ze met de liberale politicus Albert Lilar, die meermaals Belgisch minister van Justitie zal zijn. Ze woont in Antwerpen, maar draagt Gent in haar hart, literair werk en netwerk mee. Tot haar vriendenkring behoort onder meer hoogleraar letterkunde aan de Universiteit Gent Herman Uyttersprot. 

Toneel, essays, romans 

De fascinatie voor middeleeeuwse mystieke poëzie als studente heeft een belangrijke impact op haar latere oeuvre. Ze schrijft eerst als journalist, maar publiceert later toneelstukken (o.a. Le Burlador, het verhaal van don Juan vanuit het perspectief van een vrouw), kritische essays (o.a. over het denken van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir) en romans (zoals het erotisch getinte La confession anonyme en het autobiografische une enfance gantoise).

In veel van haar literaire kritiek en eigen werk combineert Lilar haar interesse voor mystiek denken en feminisme. Haar werk krijgt weerklank. Zo valt haar essay Journal de l'analogiste uit 1954 over de poëtische ervaring zeer in de smaak bij de Franse schrijver en goede vriend Julien Gracq die het voorwoord verzorgt bij de heruitgave. De roman La confession anonyme wordt dan weer in 1983 verfilmd door de Belgische cineast André Delvaux als Benvenuta.

Feministe, met mate

Suzanne Lilars autobiografische werk levert een mooi beeld op van de Franstalige Gentse burgerij aan het begin van de 20ste eeuw. Haar werk is ook feministisch van inslag en Lilar neemt actief deel aan de vrouwelijke emancipatiestrijd. Jarenlang laat ze in de Universitaire Stichting in de Egmontstraat in Brussel vrouwelijke politici, academici, ambtenaren, ondernemers en kunstenaars samenkomen om de emancipatie van vrouwen te bevorderen. 

Suzanne Lilar benadert de emancipatie van de vrouw evenwel eerder gematigd en pragmatisch. Berucht is haar bijtende kritiek op Simone de Beauvoirs Le Deuxième sexe uit 1949, een symbool van de tweede feministische golf. Lilar vindt het essay een onsamenhangend, repetitief en zichzelf tegensprekend radicaal schotschrift. Ze verwijt Beauvoir een hegeliaanse conflictvisie tussen de seksen te cultiveren, zich af te keren van lichamelijkheid en biologische verschillen tussen man en vrouw te minimaliseren.

Pro vernederlandsing 

Komend uit de Franstalige Gentse bourgeoisie neemt Suzanne Lilar een bevoorrechte positie in, maar ze toont zich niet anti-Vlaams. Zo kiest ze als studente aan eerst de Franstalige en daarna de tweetalige Nolfuniversiteit in de jaren 1920 kant: ze schaart zich niet achter het Franstalige protest tegen de vernederlandsing van de Universiteit Gent. In haar essay The Belgian Theater since 1890 uit 1950 erkent en waardeert ze bijvoorbeeld ook de bijdrage van de Vlaamse traditie aan het Belgische theater.

Haar literaire verdiensten leveren Lilar in 1976 de adelijke titel van barones op. In 2000 wordt een zijstraat van de Koningin Fabiolaan nabij het Sint-Pietersstation naar Lilar genoemd en sinds 2017 draagt ook het voormalige Auditorium D in de Blandijn haar naam. Ook Jeanne Wiemer, in 1904 de eerste vrouwelijke student aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, wordt geroemd met een Blandijn-auditorium.

Davy Verbeke
Vakgroep Geschiedenis UGent
14 februari 2018

Met dank aan prof. dr. Pierre Schoentjes

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Verbeke, Davy. "Lilar, Suzanne (1901-1992)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 02.10.2018. www.ugentmemorie.be/personen/lilar-suzanne-1902-1992

Bibliografie

Berg, Christian en Pierre Halen, eds. Littératures belges de langue française, histoire et perspectives (1830-2000). Parijs: Le Cri, 2015. 

Cahiers Suzanne Lilar. Parijs: Gallimard, 1986.

D'hondt, Bart. Van Andriesschool tot Zondernaamstraat. Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Gent: Liberaal Archief, 2014.

Frickx, Robert en Raymond Trousson, eds. Lettres françaises de Belgique. 4 vols. Parijs: Duculot, 1988-1989, 1994.

Quaghebeur, Marc. Balises pour l’histoire des lettres belges. Parijs: Labor, 1998.

www.schrijversgewijs.be

www.dbnl.be 

Selectieve bibliografie Lilar

Essays

The Belgian Theater since 1890. New York: Belgian government information center, 1950.

Journal de l'analogiste. Parijs: Julliard, 1954.

Le Couple. Parijs: Grasset, 1963.

Le Malentendu du Deuxième sexe. Parijs: Presses Universitaires de France, 1969.

Autobiografisch werk

Une enfance gantoise. Parijs: Grasset, 1976. 

À la recherche d'une enfance. Brussel: Antoine, 1979.

Romans

La confession anonyme. Parijs: Julliard, 1960.

Deel deze pagina: