Bestuur UGent in cijfers

Glijd met je cursor over de grafiek voor de namen van de rectoren; bekijk de grafiek full screen.

 

76+1 rectoren

Sinds 1 oktober 2013 staat Anne De Paepe aan het hoofd van de UGent. Ze is verkozen voor een bestuurstermijn van vier jaar, tot oktober 2017, die maximaal één keer verlengbaar is. 76 mannelijke rectoren gingen haar voor. De Paepe verkeert als vrouwelijke rector in Vlaanderen in select gezelschap: enkel Marie De Groodt-Lasseel (Rijksuniversitair Centrum Antwerpen, 1977-1981) en Els Witte (VUB, 1994-2000) deden het haar voor.
 In de negentiende eeuw is het rectorschap vooral een ceremoniële en toezichthoudende functie naast die van de beheerder-inspecteur (later regeringscommissaris genoemd), het échte hoofd van de universiteit. Het rectorschap wordt bij beurtrol door de faculteiten aan de langs zetelende hoogleraar toegewezen voor één, vanaf 1849 drie jaar, althans mits die professor voornaam en gefortuneerd genoeg is om het ambt te bekleden... Vanaf 1924, niet toevallig in het heetst van de strijd om de vernederlandsing waardoor de rector een belangrijke diplomatieke en publieke rol gaat bekleden, legt de Academische Raad na interne stemming drie kandidaten voor waaruit de minister de rector kiest. De rector wordt incontournable, wat wordt bevestigd door de wet van 1953 die de huidige beheersstructuur introduceert.

Artsen aan de macht?

De in Antwerpen geboren arts Jean Van Rotterdam neemt in 1817 als eerste de honneurs waar als rector van de Gentse universiteit in 1817. 21 geneesheren zullen in zijn voetsporen treden, samen goed voor 54 van de 199 (27%) te verdelen mandaatjaren. Dat lijkt op een interne (over)macht maar gezien de universiteit tot 1957 slechts vier faculteiten kent, is het niet verwonderlijk dat het de faculteit Geneeskunde is, op de voet gevolgd door de Letteren en Wijsbegeerte (21%), Rechtsgeleerdheid (18%) en Wetenschappen (18%), die de meeste rectoren en mandaatjaren aanlevert. De grafiek toont juist aan dat de verhoudingen nauwkeurig gerespecteerd worden. Behalve de facultaire evenwichten worden officieus ook de politieke evenwichten nauwlettend in de gaten gehouden. De traditie wil dat een rector van ‘katholieke’ strekking wordt afgewisseld met die van ‘liberale/vrijzinnige’ (de ‘Loge’-kandidaat, welja). Met de verkiezing van Anne De Paepe wordt voor het eerst gebroken met de oude traditie: net als haar voorganger Paul Van Cauwenberge is ze verbonden aan de faculteit Geneeskunde en heeft ze een katholieke stempel. Voortaan wordt ook het genderelement in de weegschaal geworpen! De faculteiten Diergeneeskunde, Psychologie en Pedagogische Wetenschappen en Politieke en Sociale Wetenschappen weten wat hen te doen staat om een van hun hoogleraren voor het eerst aan de top te krijgen...

11 vicerectoren

Parallel aan de groei van de universiteit, nemen de taken van de rector toe. Hij krijgt via de wet Vermeylen-Dubois in 1971 assistentie van een vicerector die samen met hem opkomt en verkozen wordt. Het duo vormt samen met de academisch en logistiek beheerder, die niet verkozen maar voor onbepaalde duur aangesteld worden, het Directiecollege of dagelijks bestuur. De facultaire herkomst van de vicerector is diverser dan die van de rectoren. Ook hier speelt evenwicht- en verkiezingspolitiek een rol: kandidaat rector en vicerector komen nooit uit dezelfde faculteit en zijn meestal van verschillende levensbeschouwelijke gezindte. Het gebeurt dat een vicerector bij een volgende verkiezing het rectorschap ambieert, maar voorlopig hebben enkel chemicus Julien Hoste en farmacus Andreas De Leenheer dat traject succesvol afgelegd.

Decanen en vakgroepvoorzitters

De UGent is een decentrale organisatie met behoorlijk veel macht voor de elf faculteiten. De decaan is bijgevolg een belangrijk figuur. Hij of zij leidt de faculteitsraad die hem of haar voor vier jaar verkiest. In de faculteitsraad zijn de verschillende geledingen vertegenwoordigd. Sinds 2013 wordt ook de ZAP-geleding volledig verkozen. Voorheen zetelden de hoogleraren en gewoon hoogleraren ambtshalve in de faculteitsraad. Elke faculteit houdt er afhankelijk van de interne evenwichten zowat zijn eigen verkiezingstraditie op na. Sommige faculteiten houden meer van afwisseling dan anderen maar in het algemeen zien we net als bij de rectoren ook bij de decanen een tendens om minstens twee termijnen aan te blijven. Dat vergroot natuurlijk hun invloed.
Voor het doorsnee personeelslid lijkt de rectorale en facultaire politiek minder belangrijk voor de dagelijkse werking dan zijn of haar vakgroepvoorzitter. Ook die wordt verkozen, door de vakgroepraad. De praktijk van die verkiezing, hoewel uiteraard geregeld via een procedure, is sterk uiteenlopend. Er is geen maximum aantal jaar bepaald voor het vakgroepvoorzitterschap. Sommigen zijn het al 20 jaar.

De UGent kent een lamentabel genderevenwicht

Een vrouwelijke rector betekent allerminst dat vrouwen aan de macht zijn aan de UGent. Er was nog nooit een vrouwelijke vicerector. Onder de 422 decanen die er sinds 1817 geteld worden, bevinden zich slechts vijf vrouwen. De eerste is Gerda De Bock (1978-1980) aan de faculteit Rechtsgeleerdheid; Yvette Merchiers is eveneens decaan aan die faculteit (1992-1995); de faculteit Letteren en Wijsbegeerte telt er met Dominique Willems (1992-1995) en Anne-Marie Musschoot (1995-1997) ook twee; Els De Bens is decaan van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen (1996-2000). Het is intussen 16 jaar geleden dat er een vrouwelijke decaan aantrad.
Op vakgroepniveau is het weinig beter gesteld: slechts 10% van de tussen 1992 en 2015 aangestelde vakgroepvoorzitters is een vrouw. Dit gemiddelde verhult de nog bedroevender cijfers binnen de faculteiten Farmaceutische Wetenschappen (0/5), Diergeneeskunde (1/28), Economie en bedrijfskunde (1/23), Ingenieurswetenschappen (1/49) en Bio-ingenieurswetenschappen (3/48). De twee eerstgenoemde faculteiten hebben nochtans al minstens 20 jaar een zeer uitgesproken vrouwelijk studentenkorps (76%).
Het genderprobleem op bestuursvlak is gedeeltelijk een afspiegeling van de wanverhoudingen in het professorenkorps. Wie als decaan wil besturen moet de rang van gewoon hoogleraar hebben en zo zijn er tussen 1992 en 2012 slechts 49 vrouwen van de 464 tot gewoon hoogleraar bevorderd (11%). Op het niveau van docent zijn de verhoudingen sinds 1992 een weinig beter: voor elke vrouwelijke docent zijn er vier mannen aangesteld (20%).
Het genderevenwicht in de studentenpopulatie dateert van 1993/1994 en bovendien zijn de studieresultaten van vrouwen gemiddeld beter. Sinds 2004 wordt werk gemaakt van een gelijkekansenbeleid (UGender) en in 2012 engageerde het universiteitsbestuur zich voor man/vrouw-evenwichtige bestuursorganen. Maar we zijn er nog niet.

Fien Danniau en Kristof Loockx
Vakgroep Geschiedenis Universiteit Gent
14 maart 2016

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Danniau, Fien en Kristof Loockx. "Bestuur UGent in cijfers." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 14.03.2016. www.ugentmemorie.be/artikel/bestuur-ugent-in-cijfers.

Methodologie en bronnen

De absolute cijfers van rectoren, vicerectoren, decanen, vakgroepvoorzitters en hoogleraren zijn ontleend uit de professorendatabank www.UGentMemorialis.be. Waarnemende rectoren en rectoren van de Rijkslandbouwhogeschool (1920-1968) zijn niet opgenomen.

Literatuur

Deel deze pagina: