Studentenhuizen

Dat de liefde tussen studenten en cafés groot is, weten de buurtbewoners van de Overpoortstraat maar al te goed. Volle studentencafés treffen we echter al aan in de Gedenkschriften (1895) van George Bergmann, die handelen over het studentenleven in de jaren 1820: het estaminet La Forme lag vlakbij de Aula en de baas zijn dochters bleken ‘drie frissche jonge deernen’ te zijn, voldoende argumenten om het jonge volkje in grote getale te lokken. Voor de studenten betekent dit cafébezoek een belangrijke vorm van sociabiliteit, die in de tweehonderdjarige geschiedenis van de universiteit verschillende gedaanten heeft aangenomen. Drank, rook en stevige gesprekken lijken evenwel constanten in deze geschiedenis te zijn.

Studentenverenigingen op café

Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw beleven de studenten niet enkel hun uitgaansplezier op café, maar houden ze er ook vergaderingen met hun verenigingen. Een van de eerste overkoepelende studentenvereniging – de Société Générale des Etudiants Catholiques (de ‘Gé Catholique’) – wordt opgericht in het Café Nouveau Saint-Luc aan de Paddenhoek. Gesteund door een toenemend aantal studenten groeit er in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog vervolgens een diversiteit aan verenigingen die samenkomen op basis van taal, levensbeschouwing of afkomst; na de oorlog verschijnen er nog faculteitskringen, regionale clubs gegroepeerd in het Seniorenkonvent en talloze private ‘rolclubs’, met veelzeggende namen als De Nachtraven of De Zuigelingen van Bacchus. De Gentse caféwereld vaart er allemaal wel bij. Voor korte of lange tijd, tot de studenten het te bont maken of verhuizen naar een ander etablissement, kan er immers duchtig getapt worden. Café Bornhem bij Sint-Michiels geeft omstreeks 1910 onderdak aan de Union Wallon, de Brugeoise, Legia en de Westvlaamsche Katholieke Gouwgilde. Café Artevelde aan de Kalandeberg maakt reclame in studentenalmanakken (‘Studenten, ieder van u bezoekt het koffiehuis Artevelde. Welbekend voor zijn koud buffet alsook voor zijn biefsteck-frieten’) en krijgt prompt de regionale clubs Domper en Meetjesland over de vloer. In de regel is er een vrij groot verloop – studenten en studentenverenigingen komen en gaan – en blijven de cafébazen al eens zitten met onbetaalde rekeningen of beschadigd meubilair. Wanneer het om buitenlandse studenten gaat, die in sommige periodes van de Gentse universiteitsgeschiedenis in grote aantallen aanwezig zijn, is de vogel dan letterlijk gaan vliegen.

Chapeau Rouge en Uylenspieghel

In deze vluchtige wereld van het uitgaansleven vormen de welbekende Chapeau Rouge en de beruchte Uylenspieghel een uitzondering. Het eerste café lag in de schaduw van de Sint-Niklaaskerk in Klein Turkije, de tweede is nog steeds gevestigd in de Korte Kruisstraat, vlakbij de Aula in de Voldersstraat. Beide lokalen hebben decennia lang gefungeerd als uitvalsbasis van respectievelijk de katholieke en de Vlaams-nationale studenten. In de context van de taalstrijd laaien de gemoederen tussen Chapeau en Uylenspieghel fel op. Tot de bekendere gebeurtenissen behoren de zogenaamde ‘slag bij de Eulenspiegel’, zoals Paul Fredericq de relletjes tijdens het bezoek van minister Jules Destrée in februari 1920 bestempelde, en de al even hevige studentenbetoging op 27 januari 1933. Op die dag was in de voormiddag een zingende groep Vlaamse studenten slaags geraakt voor de Chapeau Rouge, terwijl er in de namiddag vanuit Uylenspieghel een 500-tal studenten betoogden in de Voldersstraat, in het gareel gehouden door de aanwezige gendarmen. Toen ook het rectorale kabinet werd bestormd, besloot de toenmalige rector August Vermeylen voor vier dagen de universiteit te sluiten. 

Studentenhuizen

Studentikoze animositeit slaat dus makkelijk om in vandalisme en nachtlawaai en levert in combinatie met politieke rivaliteit vuurwerk op in de straten. Een van de maatregelen van de universitaire overheid om het studentenrumoer te kanaliseren berust in de oprichting van studentenhuizen. Aanvankelijk is de belangrijkste bedoeling het herstellen van de eenheid onder de studenten, later verschuiven de doelstellingen eerder naar sociale omkadering en materiële ondersteuning. Een belangrijk verschil met de gewone studentencafés is dat deze gesubsidieerde studentenhuizen uitdrukkelijk een open karakter dragen en een levensbeschouwelijke en politieke neutraliteit nastreven. Vanaf de jaren 1920 tot vandaag heeft de universiteit een reeks studentenhuizen gekend.

Van Hou ende Trou tot Mac Leod

Tijdens de Eerste Wereldoorlog voorziet de Von Bissinguniversiteit reeds in een studentenhuis aan de Sint-Pietersnieuwstraat, waar de studenten onder andere terecht kunnen voor extra rantsoen. Hou ende Trou, zoals de sociëteit wordt genoemd, zal maar enkele maanden bestaan. In januari 1924 wordt dan het eerste volwaardige studentenhuis geopend aan de Sint-Jansvest. In een feestelijke toespraak somt de rector op wat het studentenhuis is: ‘het huis van al de studenten onzer Alma Mater’, waar ze goed en goedkoop kunnen eten, gezellig kunnen vergaderen ‘by ’t rooken van een studentencigaar of pyp’ en waar ze kunnen lezen en studeren in de bibliotheek en leeszaal. Tien jaar later verhuizen de Vlaamse studenten van het Gentsch Studentencorps (GSC) na een conflict met rector Albert Bessemans naar Huize Mac Leod aan de Sint-Pietersnieuwstraat, een privaat studentenhuis dat gefinancierd wordt door het Gentsch Oud-Studenten Corps (GOSC). Aanvankelijk fungeert Mac Leod als een oord van contestatie in de laatste fase van de strijd voor de vernederlandsing. Vanuit het rectoraat worden stappen ondernomen om (net zoals in de Uylenspieghel) via de geheime politie inzage en controle te verkrijgen in het reilen en zeilen van het studentenhuis. Aan het einde van jaren 1930 treedt er een verzoening in en wordt Huize Mac Leod de spil van het Gentse studentenleven, waar ondertussen ook een campagne leeft om meer stijl en inhoud te geven aan het student-zijn. Huize Mac Leod, met zijn restauratie- en clubzaal, vergaderzalen, lees- en bibliotheekzaal, studeerkamers en tuin moet nu ‘het centrum van het intellectueel leven te Gent’ worden.

Van De Brug tot de Therminal

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt Huize Mac Leod gesloten. Tijdens de naoorlogse expansie en democratisering van de universiteit worden allerhande sociale voorzieningen uitgebouwd, waaronder studentenhuis De Brug dat in 1960 de deuren opent. Op 23 maart 2006 verhuist dit studentenhuis van De Brug - waar de studentenresto nog gehuisvest blijft - naar de Therminal, een voormalige thermische centrale op de site van het Technicum die in loftstijl wordt gerenoveerd tot een ‘state-of-the-art studentencomplex’. Het gebouw biedt enorme faciliteiten aan de circa tweeëndertigduizend studenten die vandaag in Gent studeren, met onder andere pc-klassen, twee grote multifunctionele zalen en een cafetaria. Al de erkende studentenverenigingen kunnen er terecht voor hun vergaderingen en activiteiten. Zo fungeert de Therminal als een eenentwintigste-eeuwse variant van een traditie waarmee de universiteit met het studentenhuis op de Sint-Jansvest is gestart.

Ruben Mantels
19 augustus 2010

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Mantels, Ruben. "Studentenhuizen". UGentMemorie. Laatst gewijzigd 19.08.2010. https://www.ugentmemorie.be/artikel/studentenhuizen.

Literatuur

Over de Gentse studentencafés is nog niet veel geschreven. Dit stuk is volledig gebaseerd op de lectuur van een breed corpus aan studentenalmanakken en op archiefonderzoek in het Rectoraal Archief (Universiteitsarchief Gent).

Deel deze pagina: