5. De erfenis van het activisme

Al tijdens de oorlog ziet Vermeylen helder in hoe het activisme de hele Vlaamse Beweging in diskrediet brengt. In de opstoot van vaderlandsliefde na de bevrijding kan het niet anders dat zij die meewerkten aan de Flamenpolitik aan de schandpaal genageld zullen worden, en met hen het hele Vlaamse eisenprogramma. Daarom start hij nog tijdens de bezetting met de redactie van een – Franstalige – brochure die over het activisme heen moet aansluiten bij de onbezoedelde, vooroorlogse campagne voor de vernederlandsing. Op 10 november 1918, een dag voor de wapenstilstand, schrijft Vermeylen de laatste bladzijde van zijn Quelques aspects de la question des langues en Belgique (1918).

Quelques aspects de la question des langues en Belgique

Het boekje verschijnt in de reeks Petite bibliothèque du Peuple uitgegeven door Vermeylens socialistische vrienden. In een gematigde, niet-provocerende toon onderwerpt Vermeylen heel het denken rond de vernederlandsing van het hoger onderwijs aan een nieuwe argumentatie. Gangbare tegenwerpingen, zoals de ongeschiktheid van het Nederlands als wetenschappelijke taal, veegt hij van tafel. Alternatieve voorstellen, zoals een ontdubbelen van de colleges of een Nederlandstalige universiteit in Antwerpen, worden doorgelicht en afgewezen. De klachten van de Gentse bourgeoisie schijnen Vermeylen helemaal ridicuul: Gentenaars die hun kinderen in het Frans willen laten studeren kunnen nog steeds in drie van de vier universiteiten terecht. Het relatieve nadeel voor deze lokale minderheid weegt hoe dan ook niet op tegen het voordeel voor de Vlaamse volksmassa’s. Zij hebben, na ’14-’18, meer dan ooit recht op Nederlandstalige dokters, advocaten, ingenieurs en staatsmannen. Over de ‘Von Bissinguniversiteit’ is Vermeylen kort: de Vlamingen hoeven de prijs niet te betalen voor de nefaste politiek van de Duitsers.

Afrekening

Buiten de Vlaamsgezinde kringen denkt men daar echter anders over. Onmiddellijk na de oorlog worden huizen en bezittingen van activisten in ware pogromstijl bestormd. Velen van hen nemen de wijk naar Nederland of Duitsland, zij die toch blijven, wachten rechtbank en gevangenis. Ook de studenten en professoren van de Vlaamsche Hoogeschool ontsnappen niet aan de repressie, terwijl de Gentse universiteit volgens de oude, Franstalige traditie heropent. Rector Henri Pirenne, wiens zoon gesneuveld is aan het front en die zelf in krijgsgevangenschap heeft verbleven, kan enkel in verbittering terugkijken naar wat Duitsers en activisten hebben aangericht onder de oorlog. Burgemeester Braun spreekt bij de heropening woorden van nationale eendracht en drukt de wens uit een Franstalige Gentse universiteit ad aeternam te behouden. Onder de – overwegend Nederlandsonkundige of Franssprekende – professoren zelf heerst een quasi unanieme afwijzing van de eisen van de Vlaamse Beweging. Enkel onder de studenten is er een belangrijk contingent dat blijft ijveren voor Nederlandstalig hoger onderwijs en hiervoor acties en betogingen op het getouw zet

Een nieuwe Commissie ter vervlaamsching van de Hoogeschool

Het activisme heeft duidelijk veel kwaad bloed gezet. Van de gematigde, passivistische flaminganten zijn tijdens de oorlog bovendien enkele belangrijke kopstukken weggevallen. De Raet overlijdt in 1914, net als Max Rooses, de voorzitter van de Hoogeschoolcommissie. Mac Leod sterft kort na zijn terugkeer uit ballingschap, alsook zijn neef Fredericq, die na zijn ervaringen in Duits krijgsgevangenschap een gebroken man was. In deze omstandigheden wint de stem van een onbesproken figuur als Vermeylen aan belang. Zijn invloedrijke posities breiden zich uit. Meteen na de oorlog wordt hij benoemd als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Kort daarna, in 1920, wordt hij medevoorzitter van de nieuw opgerichte Commissie ter vervlaamsching van de Hoogeschool te Gent. De manifestenschrijver van weleer is niet enkel meer de theoreticus van de Vlaamse Beweging, maar nu ook een van zijn leiders. Hij schrijft een nieuwe brochure over de vernederlandsing, die hij op 29 februari 1920 voltooit.

Lees verder: 'Hoogleraar in Gent'

Deel deze pagina: