Vermeersch, Etienne (1934-2019)

Het overlijden van Etienne Vermeersch op 18 januari 2019 is nationaal nieuws. Vlaanderen verliest zijn ‘grootste intellectueel’, zijn ‘geweten’; de Universiteit Gent één van zijn boegbeelden. Vermeersch is gedurende dertig jaar aan de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap verbonden geweest (1967-1997). Hij was decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (1978-1980) en vicerector (1993-1997). Hij zal in het collectief geheugen van de universiteit gegrift blijven als een inspirator en (ver)lichtend voorbeeld.

Etienne Vermeersch schrijft zich pas op 27-jarige leeftijd als student Wijsbegeerte in aan de Gentse universiteit. We zijn 1961. Hij heeft op dat ogenblik een priesteropleiding in de Oude Abdij van Drongen achter de rug (1953-1958) en ook reeds een kandidaatsdiploma Klassieke Filologie behaald. De befaamde wijsgeer stamt uit een bescheiden, katholiek en Vlaams-nationalistisch milieu en volgde Grieks-Latijnse aan het Brugse Sint-Lodewijkscollege. Hij huwt na zijn universitaire studies met een lerares Frans, Josiane Van Drogenbroeck. Het echtpaar blijft bewust kinderloos.

De invloed van Leo Apostel en Jaap Kruithof

Vermeersch’ uittreden uit de jezuïetenorde in 1958, uit onvrede met het instituut kerk, betekent niet dat hij zijn christelijk geloof verloren is. Twijfel en onzekerheid vormen de basis van zijn bestaan. Hij arriveert op de Blandijn in de periode dat Leo Apostel en Jaap Kruithof als jonge atheïstische hoogleraren een heel nieuwe wind doen waaien in de geesten van de aankomende intellectuelen van het sterk verzuilde, katholieke Vlaanderen. Ook Vermeersch vormt zijn levensbeschouwing in intense interactie met zijn leermeesters en zijn medestudenten. De impact van Apostel en Kruithof is zeer groot, en dat heeft ook te maken met een nieuwe manier van lesgeven. Vermeersch ervaart een hemelsbreed verschil tussen de didactische aanpak van zijn professoren in de Klassieke Filologie enerzijds en in de Wijsbegeerte anderzijds. De classici in Gent zijn niet gewoon dat de studenten een vraag stelden, ze zijn hoogstens in staat de klassieke teksten prachtig te vertalen. Er heerst een erg schoolse sfeer. Jongens en meisjes zitten apart en doen niets anders dan ijverig noteren en opschrijven wat de prof dicteert.

Hoe anders is de open en progressieve sfeer in de Wijsbegeerte! Tijdens de seminarieoefeningen krijgen de studenten opdrachten rond een waaier aan thema’s (doodstraf, zelfmoord, euthanasie, ascese …), die de week nadien uitgebreid worden besproken. Een grondige voorbereiding is geboden. De studenten worden uitgedaagd om de discussie met hun jonge en zeer gedreven hoogleraren aan te gaan. De starre en stijve hiërarchie verdwijnt, studenten worden gelijken. Vermeersch schrijft zijn eerste tekst over euthanasie al in 1961, als student van Kruithof.

In die omgeving stelt Etienne Vermeersch gaandeweg vast dat hij in discussies over ethische problemen het godsbestaan niet langer nodig heeft. Hij realiseert zich dat God en de geloofsdimensie volledig en definitief ‘weg’ zijn uit zijn denken. Dat besef heeft Vermeersch pas vele jaren later rationeel geanalyseerd, onder meer in één van zijn laatste werken Over God (2016).

Hoogleraar

Vermeersch doctoreert in 1965 met een proefschrift over de filosofische implicaties van de informatietheorie en de cybernetica. Het wordt in 1967 gepubliceerd als Epistemologische inleiding tot de wetenschap van de mens. Datzelfde jaar wordt de jonge doctor in de Wijsbegeerte op zijn 33ste als gewoon hoogleraar benoemd. Het is in die tijd een beproefde strategie aan de Rijksuniversiteit Gent om het pluralistische evenwicht te verzekeren door naast een vrijzinnige een gelovige te benoemen in levensbeschouwelijk gevoelige vakgebieden. Naast Vermeersch is dat de Duitse fenomenoloog Rudolf Boehm, die in Leuven medewerker van het Husserl-archief is en een protestantse achtergrond heeft. Ook Boehm ontpopt zich niet bepaald als een gezagsgetrouwe christen. Hij vertegenwoordigt wel de spiritualistische tak van de filosofie, als tegenwicht voor het materialisme en neopositivisme dat dominant zou worden binnen de Gentse school. Hoe incompatibel beider opvattingen over wetenschap en filosofie ook zijn, Vermeersch en Boehm hebben met Kruithof en Apostel een groot maatschappelijk engagement gemeen. De bevlogenheid van de vier grote Gentse filosofen zorgt ervoor dat ‘de Blandijn’ in de jaren 1960-1970 uitgroeit tot een vrijzinnig en links bruggenhoofd in Vlaanderen. Ze bereiken met hun progressieve ideeën niet alleen duizenden studenten uit alle faculteiten, maar zijn ook sterk aanwezig in het maatschappelijk debat over tal van actuele thema’s.

De filosofen van ‘de Gentse school’ zijn het zelden met elkaar eens. Ze hebben vaak vlammende ruzie, tot in de gangen van de Blandijn. In de auditoria geven ze tegen elkaar les en bekritiseren ze elkaars filosofische denkbeelden.

De maartbeweging van 1969

Op 12 maart 1969 verbiedt het universiteitsbestuur de vertoning van een reeks dia’s bij een paneldiscussie over ‘Pornografie, zin of onzin’ in de academieraadzaal van de Aula. Etienne Vermeersch is een van de genodigde sprekers in het panel, naast musicoloog Jan Broeckx, advocaat John Bultinck en schrijver Daniël Robberechts. Vermeersch is op dat ogenblik al sterk bezig met het thema seksuele bevrijding dat in de tijdsgeest zit en gaat niet akkoord met het verbod van de rector. De academieraadzaal zit nokvol: meer dan vijfhonderd aanwezigen, die niet zinnens zijn om ‘de censuur en dwangmaatregelen’ van het rectoraat te aanvaarden. Ook studentenleider Ludo Martens komt de opstand prediken. De latere maoïst en PVDA’er heeft in Leuven in 1966 in de schoot van het KVHV de progressieve Studentenvakbeweging (SVB) gesticht. In de aanloop naar de protesten rond Leuven-Vlaams in 1968 heeft hij er het verbod gekregen verder te studeren.

Etienne Vermeersch van zijn kant staat bijzonder sceptisch tegenover de agitatie en verwedt een bak bier dat de aangekondigde actie om de volgende dag naar het rectoraat te gaan op een sisser zal uitlopen. Groot is zijn verbazing toen de derde verdieping van het rectoraat ’s anderendaags zwart ziet van de studenten. Rector Bouckaert begaat de ‘onnoemelijke stommiteit’ — dixit Vermeersch — om de politie te mobiliseren en de studenten buiten te laten knuppelen. ’s Avonds zat bijgevolg de hele Blandijn vol. De bezetting van wat al vlug ‘het studentoraat’ heet, duurt tot 20 maart. Er vindt een speciale zitting van de Academieraad plaats met als enig agendapunt de verwijdering van de militante studenten van de universiteit. Een groep linkse en vrijzinnige professoren neemt het voor hen op en komt zo in aanvaring met het universitaire establishment. Onder hen Jaap Kruithof en Rudolf Boehm, maar Vermeersch is er niet bij. Een barricadespringer is deze kritische geest niet.

De wet-Vermeylen-Dubois van 1971, die de vertegenwoordiging van studenten, assistenten en administratief personeel in de bestuursorganen regelde, is een rechtstreeks gevolg van het protest. Maar er zijn ook andere, subtielere tekenen dat de autoriteit van de professor door de contestatie is aangetast. Etienne Vermeersch herinnert zich bijvoorbeeld hoe in de nasleep van de hele hetze het bordje ‘alleen voor professoren’ op de lift van de Blandijn wordt verwijderd.

Filosofie en engagement

De leeropdracht van Vermeersch omvat tot zijn emeritaat algemene inleidingen tot de wijsbegeerte en de wetenschapsfilosofie, wijsbegeerte in historisch perspectief, wijsgerige antropologie en geschiedenis van het christendom. Hij is een scherpzinnig lesgever die moeilijke vraagstukken zeer helder kan uitleggen en zijn studenten uitdaagt tot kritisch denken. Zijn rationele analyses ‘met ijzeren, onontkoombare logica’ wordt zijn handelsmerk.

Vermeersch’ onderzoek gaat over de grondslagen van de menswetenschappen, filosofische aspecten van cybernetica en artificiële intelligentie, de toepassing van zijn informatietheorie op het cultuurbegrip. In zijn lange en uiterst gevarieerde publicatielijst valt het op hoe weinig zijn ‘productie’ aan de huidige bibliometrische standaarden beantwoordt. Een ontwikkeling die hij zelf overigens als een verarming voor de humane wetenschappen beschouwde. Veel van zijn publicaties handelen dan ook over algemene maatschappelijke en ethische problemen, op het gebied van milieufilosofie, cultuurfilosofie en bio-ethiek. Vermeersch is hét prototype van de publieke intellectueel, een breed geïnteresseerde denker die de actuele maatschappelijke ontwikkelingen en ideologische tendensen vat en verwoordt.

Sinds het begin van de jaren 1970 pleit Vermeersch voor de legalisering van abortus. Hij is de eerste die op de toenmalige Belgische Radio en Televisie (BRT) het taboe doorbreekt in de strijd voor een waardig levenseinde en voor euthanasie. Mondigheid en zelfbeschikkingsrecht moeten primeren op kerkelijke moraal en paternalisme. Als voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek speelt hij een belangrijke rol in het tot stand komen van de euthanasiewetgeving van 2002.

Vermeersch beschouwt de overbevolking als het grootste probleem van de mensheid, met op termijn catastrofale gevolgen. Hij bepleit op mondiaal vlak een actieve geboortepolitiek met een eenvoudige toegang tot anticonceptie en een verhoging van de scholingsgraad, in het bijzonder van vrouwen. Ontwikkelingssamenwerking moet volgens hem vooral over geboorteregeling gaan.  Andere stellingen op het vlak van de bio-politiek, bijvoorbeeld in verband met de NIP-test en het syndroom van Down, veroorzaken regelmatig controverse.

Ook inzake pedofilie laat Vermeersch zich niet onbetuigd. Wanneer de radicale homogroep De Rooie Vlinder in 1979 Snoepjes naar Gent haalt, een Nederlandse musical over pedoseksualiteit, kan die in de Blandijn worden opgevoerd. Vermeersch, decaan op dat moment, schrijft er een opiniestuk over, ‘Zijn pedofielen boosdoeners?’ (De Morgen, 8 december 1979). Dit komt in 2011 weer boven naar aanleiding van de pedofilieschandalen in de kerk en veroorzaakt opnieuw een kleine controverse.

De ogen van de panda

In 1988 verschijnt de bestseller De ogen van de panda — een milieufilosofisch essay, die een kwarteeuw later opnieuw wordt uitgebracht. Het essay is een poging om de milieuproblematiek binnen een globaal en samenhangend maatschappelijk kader te plaatsen. Vermeersch geeft tevens vorm aan een morele onderbouw van het ecologische denken, een milieuethiek die naast de deugdenethiek, de plichtenethiek en de gevolgenethiek van het utilitarisme, steeds meer ons denken, doen en laten beïnvloedt. Een milieuethiek is gericht op de plicht die we als mens hebben tegenover de zwakkeren in de samenleving: de minderbedeelden, de dieren, andere levende zaken, maar ook en vooral tegenover de toekomstige generaties, en dit alles rekening houdend met de onvermijdelijke eindigheid van de draagkracht van de natuur en de aarde. 

Vermeersch is binnen de UGent dan ook een van de stichters van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO), dat in 1995 aan de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen wordt opgericht. Doel en opdracht is om multidisciplinair onderzoek uit te bouwen over de sociale en politieke dimensies van milieu en duurzaamheid en op die manier de transities nodig voor ecologisch duurzame en sociaal rechtvaardige samenlevingen wereldwijd beter te begrijpen, te beïnvloeden en te versnellen. Politieke wetenschappers, pedagogen, economen, (bio)ingenieurs, sociologen, ecologen, fysici en filosofen werken er samen aan uiteenlopende projecten die onder de noemer ‘duurzaamheidsonderzoek’ gevat kunnen worden. De relatie tussen wetenschap en samenleving en de samenwerking met niet-academische actoren staan hierin voorop.

Decaan en vicerector

Van 1978 tot 1980 is Etienne Vermeersch decaan van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte.

In 1993 wordt hij vicerector, na spannende verkiezingen, naast Jacques Willems, burgerlijk ingenieur en van katholieke signatuur. De vicerector moet volgens de ongeschreven regels van de pluralistische Universiteit Gent vrijzinnig zijn en uit een alfafaculteit komen. Maar zelfs na meerdere stemrondes raken de kandidaat-vice-rectoren niet aan de noodzakelijke tweederdemeerderheid. In die patsituatie krijgt Etienne Vermeersch als geprofileerd vrijzinnige van een aantal collega’s uit de loge (waar hij niet toe behoort) de vraag zich kandidaat te stellen. De welsprekende filosoof geeft een donderspeech en gaat na drie rondes moeiteloos met het been lopen. Het goed samenwerkende duo Jacques Willems-Etienne Vermeersch mag het op zijn conto schrijven dat het de levensbeschouwelijke tegenstellingen heeft doen wegebben aan de universiteit van de jaren 1990. Eén van zijn realisaties als vicerector is het UGent Film-Plateau (1997).

De Commissie-Vermeersch

Na de dood van Semira Adamu, een Nigeriaanse asielzoekster die in 1998 bij haar gedwongen uitwijzing om het leven komt, richt de federale regering de zogenaamde Commissie-Vermeersch op. Opdracht is regels op te stellen om gedwongen uitwijzingen van uitgeprocedeerde of illegale asielzoekers op een veilige en menswaardige manier te laten verlopen. Voor voorzitter Etienne Vermeersch is het ‘de meeste ondankbare taak’ die hij ooit op zich heeft genomen.

De islam en het hoofddoekendebat

In maart 2010 publiceert Vermeersch ‘De islam en de hoofddoek in België’. Hij argumenteert dat er geen enkele reden is om het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs op te heffen. In 2012 roept hij op om de boerka bij wet te verbieden, ‘als symbool erger dan de swastika’ – een uitspraak waarvoor hij zich naderhand verontschuldigt.  Tegenover de multiculturele samenleving staat hij kritisch vanuit een huiver voor ‘rootisme’: een multiculturele maatschappij waarin mensen zich verplicht voelen trouw te blijven aan een cultuur, een godsdienst of een natie op grond van hun biologische of etnische afstamming, is te verwerpen. Het past in zijn emancipatorisch streven om de mens te bevrijden van religie en dogma’s.  

 

In 2008 roept het weekblad Knack Vermeersch uit tot Grootste Intellectueel van Vlaanderen, een status die hij tot het zelfgekozen einde van zijn leven heeft behouden.

 
Gita Deneckere
Vakgroep Geschiedenis UGent
14 maart 2019

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Gita Deneckere. “Vermeersch, Etienne (1934-2019).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 14.03.2019. https://www.ugentmemorie.be/personen/vermeersch-etienne-1934-2019. 

 

Bibliografie

http://www.ugentmemorialis.be/catalog/000005818

https://etiennevermeersch.be/artikel

https://etiennevermeersch.be/boek

 

Gita Deneckere interviewde Etienne Vermeersch op 8 december 2016 voor haar boek Uit de ivoren toren. 200 jaar Universiteit Gent (Gent, Tijdsbeeld, 2017).

 

 

 

Type persoon: 
Deel deze pagina: