Derom, Fritz (1927-2019)

Wanneer ik enkele data opzocht om dit lemma te schrijven, was ik bijzonder verbaasd te zien dat Fritz Derom reeds sinds 1992 op emeritaat was. Hij bleef immers, tot op het eind, bijzonder nauw betrokken bij het universitaire leven. Zowel bij voordrachten als eredoctoraten of nieuwjaarsrecepties was hij present, vaak vergezeld door zijn echtgenote Anny Mattelaer. De naam 'Derom' en de Gentse universiteit zijn reeds sinds 1935 gelinkt, het jaar dat oom Firmin docent benoemd werd, in 1947 gevolgd door Fritz' vader Emile. Fritz zelf werd aangesteld in 1961 en zijn neef Robert, zoon van Firmin in 1972. Vandaag is Fritz' oudste zoon Eric, als professor verbonden aan de dienst longziekten. Van alle Deroms heeft Fritz ongetwijfeld de meeste geschiedenis geschreven.

Van vader op zoon

Fritz Derom groeit op als oudste van vijf. Vader Emile is op het moment van zijn geboorte als eerste assistent verbonden aan de universitaire Heelkundige Kliniek en als assistent aan de heelkundige afdeling van het Kankercentrum. Of Fritz vernoemd is naar Emile's leermeester 'Fritz De Beule' kon ik niet achterhalen, maar lijkt niet onwaarschijnlijk. Hij start zijn lager onderwijs in het Sint-Amandusinstituut aan de Oude Houtlei. Nadien loopt hij school aan het Sint-Barbaracollege waar hij ook de Grieks-Latijnse humaniora beëindigt. Maar de jeugd van Fritz Derom gaat niet echt over rozen. Kort vóór zijn dertiende verjaardag breekt de Tweede Wereldoorlog uit en wordt het ouderlijk huis op de Fortlaan zwaar gebombardeerd. Het gezin vlucht naar Frankrijk. Als Gent op 13 september 1944 bevrijd wordt, is Fritz' moeder ruim een half jaar overleden. Hij was toen zestien en als oudste kind moet dit bijzonder zwaar gewogen hebben. Toch slaagt hij er ondanks de moeilijke omstandigheden in, om op zijn negentiende geneeskundestudies aan de Gentse universiteit aan te vatten. Fritz Derom behaalt zijn artsendiploma in juli 1953. Vader Emile is inmiddels gehuwd met Elisabeth De Stella en is directeur geworden van de Heelkundige Kliniek in opvolging van de in 1949 overleden Fritz De Beule. Fritz is zeer geïnteresseerd in chirurgie en assisteert zijn vader bij eenvoudige ingrepen. Een samenwerking die met de jaren steeds moeilijker zal verlopen. Vanaf 1951 wordt hij als leerling-assistent en in 1953 als assistent aangesteld in de Heelkundige Kliniek van zijn vader. Hij is getuige en later een belangrijk actor in de ongelooflijk snelle evolutie die de chirurgie in het algemeen en de chirurgie aan de Gentse universiteit doormaakt.

Hart(chirurgie)

Fritz Derom toont een bijzondere interesse voor hartziekten. Reeds als student zit hij in een werkgroep rond cardiale pathologie, opgericht en geleid door het latere diensthoofd cardiologie, René Pannier. De hartchirurgie stond op dat moment een stuk verder in Nederland dan in België en één van die Nederlandse pioniers is Gerard Brom. Sinds het begin van de jaren vijftig is hij werkzaam in het Utrechtse Sint-Antoniusziekenhuis, het grootste thoraxcentrum in Nederland. Voor complexe operaties stuurden Belgische cardiologen wel vaker patiënten door naar professor Brom. Eén van die doorverwijzers is René Pannier. Wanneer hij vader en zoon Derom uitnodigt om samen met hem de operatie van één van zijn patiënten in Utrecht bij te wonen, zijn ze bijzonder enthousiast. Het betreft een operatie aan een vernauwde aorta. Zeer onder de indruk van de schitterende ingreep vraagt Emile Derom aan collega Brom of Fritz bij hem een opleiding kan krijgen. Het antwoord is gunstig, maar hij zou pas kunnen starten als de chirugische dienst in het toemalige Academisch Ziekenhuis van Leiden is georganiseerd, waar Brom eind 1950 hoogleraar benoemd is. De contacten tussen Leiden en Gent waren goed. Op vraag van haar toemalig diensthoofd prof. Carlos Hooft, volgt Anna Blancquaert begin de jaren '50, net zoals hijzelf jaren eerder had gedaan, een opleiding in Leiden, waar ze nauw samenwerkt met Caro Bruins. Anna Blancquaert groeit uit tot een autoriteit in de kindercardiologie. Ook de verpleegkundige instrumentisten zullen later in Leiden worden bijgeschoold.

Leren en doen

In 1954 is het zo ver. Fritz Derom wordt in opdracht van de Faculteit naar het Academisch Ziekenhuis van Leiden gestuurd, waar hij bij professor Gerard Brom gedurende twee jaar een opleiding in de long- en hartchirurgie zal genieten. Brom is samen met collega Leendert Eerland uit Groningen de grondlegger van de hartchirurgie in Nederland. Hij zal in de jaren '60 en '70 uitgroeien tot een wereldautoriteit in dit domein. In januari 1955 voert Brom zijn eerste open-hartoperatie uit. Dit gebeurt onder hypothermie, een techniek waarbij de patiënt gecontroleerd onderkoeld wordt. Een jonge en leergierige Fritz Derom geeft ogen en oren de kost en participeert actief bij de ingrepen en in het onderzoek. Bij zijn terugkeer naar Gent wordt met medewerking van professor Brom een centrum voor long- en hartchirurgie opgericht. Ondanks de gebrekkige infrastructuur  en organisatie in 'de Bijloke' slaagt Fritz Derom erin om in 1957 als eerste Belgische universiteit een open-hartoperatie onder hypothermie uit te voeren. Dit was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van een degelijk werkende dienst anesthesie, die in de vroege vijftiger jaren wordt uitgebouwd door dokter Gaby Roobroeck, zowaar een vrouw in het mannenbastion van de heelkunde. De aankoop van een kunsthart biedt vanaf 1959 de mogelijkheid om operaties met een langdurige onderbreking van de bloedsomloop uit te voeren. De dienst krijgt een renommée in vele domeinen van de heelkunde en er worden steeds meer patiënten naar het centrum doorverwezen. Wanneer in de jaren 1959-1960 de dienst start met de reconstructieve vasculaire heelkunde en al snel uitgroeit tot het belangrijkste vasculaire centrum in Vlaanderen, heeft dit opnieuw een wervend effect. Om het hoofd te bieden aan deze toestroom van patiënten, verbouwt men zelfs noodgedwongen een wachtkamer tot operatiezaal. In de vroege jaren zestig verhuist het grootste gedeelte van de universitaire klinieken en poliklinieken naar de campus van het Academisch Ziekenhuis, de heelkunde op kop. 

Een nieuwe start en wat voor een

Het Academisch Ziekenhuis is een succesverhaal. De opnames stijgen van 2.212 in 1960 naar 8.293 in 1964. Bij de poliklinische consultaties zien we een toename van 33.414 in 1960 naar 71.933 in 1964. Op 19 april 1961 bezoekt koningin Fabiola het ziekenhuis. Emile Derom mag haar samen met collega Jean Verbrugge rondleiden op de splinternieuwe hospitalisatieafdeling heel- en hartheelkunde, waar ze bijzondere belangstelling toont voor de pas geopereerde hartpatiënten. De ingrepen hadden nog plaatsgevonden in de twee operatiezaaltjes van de Kinderkliniek, in afwachting van de opening van de nieuwe zalen. Postoperatief worden de patiënten opgevolgd in enkele geïmproviseerde kamers in de nabijheid van het OK. Waar in de Bijloke de postoperatieve wacht nog afhankelijk was van vrijwilligers omdat de universitaire diensten enkel werkten tussen 8 u en 17 u, wordt nu een heus 24/24 roulement voorzien. In mei 1962 kan eindelijk het nieuwe operatiekwartier in Behandelingsblok 1 op de 6de verdieping in gebruik worden genomen. De polikliniek heelkunde krijgt een tijdelijk onderkomen, naast de ziekenhuisdirectie op de vijfde verdieping, tot de definitieve verhuis naar Polikliniek 4. Tijdens een cardiologisch colloquium diezelfde maand mei geven twee Amerikaanse professoren in aanwezigheid van prinses Lilian heelkundige demonstraties in de nieuw ingerichte operatiezalen. De dienst kan blijkbaar op veel koninklijke belangstelling rekenen. Fritz Derom, die inmiddels geassocieerd docent benoemd is (1961), mag zijn leermeester Gerard Brom als spreker op het colloquium verwelkomen. De de sterk groeiende patiëntenpopulatie, de snelle evoluties in de geneeskunde en meer bepaald in de algemene en cardiovasculaire heelkunde en de moderne werkomstandigheden in het nieuwe ziekenhuis, laten Fritz Derom en zijn team toe om verschillende premières aan zijn reeds mooi palmares toe te voegen. In augustus 1965 voert hij samen met nefroloog Severin Ringoir in Gent een eerste niertransplantatie uit. Er zullen er veel volgen. Vandaag zijn het er een negentigtal per jaar. Gent speelt een cruciale rol in de uitbouw van Eurotransplant, een internationaal systeem voor het uitwisselen van organen. Het academiejaar 1968-69 wordt een historisch jaar voor de heelkunde in het Gentse AZ met twee prestaties van wereldformaat. Op 14 november 1968 voert een chirurgisch team onder leiding van Fritz Derom met succes de eerste longtransplantatie in Europa uit. De patiënt overleeft in vrij gunstige omstandigheden gedurende tien maanden. Een opmerkelijk resultaat, want van de twintig patiënten die wereldwijd tot dan toe een longtransplantatie hadden ondergaan, bedroeg de overlevingstijd maximaal drie weken. Enkele maanden later slaagt Paul Kluyskens er in om als eerste ter wereld een strottenhoofd over te planten. Beide operaties brengen in de pers een polemiek teweeg over het verspreiden van medische informatie.

Een dienst afbouwen/uitbouwen

Wanneer Emile Derom op 18 februari 1967 overlijdt is hij nog in functie. Hij heeft zeventien jaar aan het hoofd van de heelkundige kliniek gestaan. De voorbije jaren heeft de dienst een metamorfose ondergaan. En het houdt niet op. In 1967 beschikt de chirurgie en bij uitbreiding het ziekenhuis eindelijk over een echte afdeling Intensieve Zorgen, met 34 bedden toen de grootste van het land. De cardioloog René Pannier krijgt er de leiding van. Hetzelfde jaar wordt ook een spoedopnamedienst geopend. Tegen het jaareinde kan de nieuwe en met een verdieping uitgebreide polikliniek in gebruik worden genomen. Een mooie startpositie voor de opvolger van Emile Derom. Hoewel zoon Fritz er klaar voor is en zelf een aardige hand in de verhuisoperatie heeft, wordt hij pas op 1 januari 1970 benoemd. Beide Deroms zijn bijzonder veelzijdige chirurgen: ze opereren ongeveer alles. Dit weerspiegelt zich ook in de structuur van de dienst. De anesthesie die sinds begin de jaren '50 werd uitgebouwd en de disciplines neurochirurgie, plastische en orthopedische chirurgie die zich vooral in de zestiger jaren ontwikkelen maken integraal deel uit van de 'Algemene Heelkunde'. In heel wat binnen- en buitenlands instellingen zijn die heelkundige subdisciplines op dat moment reeds verzelfstandigd. Het overlijden van het diensthoofd schept derhalve opportuniteiten om de organisatie van de 'chirurgie' op een modernere leest te schoeien. De discussies slepen drie jaar aan maar in 1970 is de kogel door de kerk. De orthopedische chirurgie wordt toegevoegd aan de Kliniek voor Fysiotherapie en Orthopedie, Anesthesie, Plastische Heelkunde en Neurochirurgie worden aparte diensten met eigen diensthoofden en eigen locaties. Fritz Derom voegt 'terloops' in '70 ook nog twee premières toe aan zijn palmares: het plaatsen van de eerste hartkleppen uit biologisch materiaal en de eerste coronaire bypass.

Bloei

Hoewel Fritz Derom in 1970 node wat onderdelen van zijn dienst moet afstaan, kan hij een oude droom verwezenlijken: een centrum voor experimentele heelkunde (Blok A, 1ste verd.) oprichten, waar Jef Deroose zich ondermeer zal toeleggen op het probleem van de orgaanpreservatie. Als men twee jaar later de toelating krijgt om naast Blok A, weliswaar met eigen middelen, een animalarium te bouwen, is reseach in optimale omstandigheden mogelijk. Gezien de expertise die de afgelopen decennia in Gent rond transplantatie werd opgebouwd is dit een uiterst belangrijke realisatie. Het afsplitsen van verschillende subdisciplines belet niet dat het beddenaantal van de algemene heelkunde stijgt naar 120 in 1980. Sinds 1972 is nieuw operatiekwartier (Behandelingsblok 2, 6de verd.) in gebruik, dat heel wat performanter is dan het andere. Men heeft geleerd uit de fouten. De hart- en vaatchirurgie blijft bijzonder belangrijk. In 1976 maakt Derom voor het eerst in België gebruik van de autotransfusie. Datzelfde jaar wordt hij uitgenodigd op het jaarlijks congres van de Italiaanse Chirurgenvereniging om er een referaat te houden over slokdarmheelkunde. De complexe techniek van de slokdarmchirurgie die onder zijn impuls wordt verfijnd, zorgt ervoor dat het Gentse Academisch Ziekenhuis tot referentiecentrum uitgroeit. Fritz Derom bouwt een goed gestructureerde en geoliede dienst uit. Hij neemt slechts twee assistenten per jaar aan die gedurende zes jaar een zeer gedegen opleiding krijgen bij dezelfde stagemeester. Wanneer in 1986 blijkt dat het Academisch Ziekenhuis zo goed als failliet is, volgt een lange periode van grote besparingen. In 1990 wordt een afzonderlijke dienst hartchirurgie opgericht, waarvoor Guido Van Nooten wordt aangetrokken. Een jaar later wordt het levertransplantprogramma gestart met Bernard de Hemptinne. Het tijdperk 'Fritz Derom' dat een kwarteeuw duurde loopt ten einde. In 1992 gaat hij met emeritaat.

Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
7 juni 2019

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Cotman, Frank. “Derom, Fritz (1927-2019).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 18.06.2019. https://www.ugentmemorie.be/personen/derom-fritz-1927-2019

BIBLIOGRAFIE

http://www.ugentmemorialis.be/catalog/000004163
‘De heelkundige kliniek en polikliniek’ in Gedenkboek van de Rijksuniversiteit te Gent na een kwarteeuw vervlaamsing (1930-31 – 1955-56), Rijksuniversiteit Gent, Gent, 1957, pp 291-294.
‘Het Academisch Ziekenhuis gedeeltelijk in gebruik genomen’ in De Brug 4, 1960,1, pp 2-22.
Gent : 300 jaar geneeskunde. Gent,1990.
Frank Cotman en Maurice Mussen. ‘Van Bijloke tot AZ. Voorgeschiedenis en begin (1215-1959)’ en ‘De golden sixties. (1959-1970)’ in Fraeyman (red.) UZ50: 50 jaar UZ Gent. UZ-Gent, Gent, 2009, pp 8-61.
Fritz Derom, René Pannier, Eric Schoofs, J. Verstraeten en Anna Blancquaert. 'Nos résultats des six dernières années en chirurgie cardiaque' in Acta Chirurgica Belgica, suppl. 2, 1963, pp. 37-48.
Gita Deneckere. Uit de ivoren toren. 200 jaar Universiteit Gent. Tijdsbeeld, Gent 2017.
André De Schaepdryver (red.). Fakulteit der geneeskunde. Rijksuniversiteit te Gent. Liber memorialis : 1930-1980. Gent: RUG, 1980).
Leon Elaut. Een epos: het Gentse akademisch ziekenhuis. Antwerpen, 1977.
Uwe Hesse. 'Orgaantransplantatie op het einde van de 20ste eeuw' in Tijdschrift voor Geneeskunde, 55, nr. 23, 1999, pp. 1683-1688.
Uwe Hesse, Bernard de Hemptinne en Fritz Derom. 'History of transplantation at the University Hospital of Ghent Belgium 1965-2002' in Acta Chirurgica Belgica, 103, 2003, pp. 28-31.
Raphael Suy, ‘De pioniers van hartchirurgie - Geschiedenis van de hartchirurgie in België’ in Euroscop, Tijdschrift van de Europa Ziekenhuizen, december 2008. https://www.yumpu.com/nl/document/view/3948642/chirurgie-europa-ziekenhu...
Raphael Suy, 'A history of cardiac surgery in Belgium. Part I, From the early start to 1963.' in Acta Chirurgica Belgica, 109, 2009, pp. 136-147.
Raphael Suy, 'A history of cardiac surgery in Belgium. Part II, The implementation of cardiac surgical centers all over the country.' in Acta Chirurgica Belgica, 109, 2009, pp. 267-373.
Raphael Suy, 'A history of cardiac surgery in Belgium. Part III, Evolution from 1960 tot the present day.' in Acta Chirurgica Belgica, 110, 2010, pp. 120-133.
Antony Verbaeys, André Van Baeveghem, Robert Rubens. ‘De heelkundige kliniek aan de Universiteit Gent en de plastische heelkunde in Vlaanderen’ in Tijdschrift voor Geneeskunde, 71, nr. 8, 2015, pp 555-560.

BRONNEN

Frank Cotman, interview met Prof. em. dr. Jef Deroose, Gent, 27 mei 2019.
Emile Derom, personeelsdossier, Archief Gent, 003-02-01/1/9999/1719.
Fritz Derom, De rol die de Leidse universiteit heeft gehad in de ontwikkeling van de heelkunde aan de Universiteit Gent, voordracht in de Lion's Club, Gent, 4 november 2000.
Fritz Derom, De heelkundige dienst en de gebouwen van het universitair ziekenhuis Gent, s.d.
André Van Baeveghem en Antony Vebaeys, interview met Prof. em. dr. Fritz Derom door Prof. em. dr. Robert Rubens i.h.k.v. de reeks ‘Gesprek met…’ jaarlijks georganiseerd door de Vereniging der Geneesheren, Oud-Studenten der Universiteit te Gent en de Jonckheere Stichting van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent, Gent, 16 november 2011.

Type persoon: 
Deel deze pagina: 

Herinneringen

Fritz-boys

Frank Vermassen is het huidig diensthoofd van de thoracale en vasculaire heelkunde. Hij werd opgeleid door Fritz Derom en heeft mooie herinneringen aan zijn leermeester.

“Prof Derom slaagde er ook in een hechte dienst en chirurgische school uit te bouwen. Slechts twee assistenten per jaar en 6 jaar opleiding bij dezelfde stagemeester maakte van ons allen ‘Fritz-boys’ (en een paar ‘girls’) die na hun opleiding hun vleugels uitstrekten over heel Vlaanderen om de geest van deze Gentse school te verspreiden. De samenhorigheid die gedurende de opleiding werd gecreëerd was groot en professor Derom was de “boss”, de leider van de roedel die weliswaar intern streng kon zijn, maar naar de buitenwereld zijn assistenten steeds voor de volle 100% verdedigde. Dit was ook zo wanneer we ‘kattenkwaad’ uitstaken, waarvan ik zeker ben dat hij soms in stilte genoot.

Prof. Derom vertoonde ook een enorme werkkracht. Zelfs op het einde van zijn loopbaan draaide hij nog volop mee in het wachtsysteem en hij schrok er niet voor terug na een volle dagtaak ook nog die nachtelijke urgentie of revisie uit te voeren. Ook in het weekend voelde hij het als zijn taak de patiënten te komen bezoeken en de vaste toer op zondag om twaalf uur was de ideale gelegenheid als assistent om van zijn rijke ervaring bij te leren of een persoonlijk gesprek te hebben. De operatiezaal was zijn biotoop en daar verbleef hij liefst van al. Hij was dan ook niet de grote spreker of tafelspringer maar was vooral een doener. Hij genoot nog het meest van een moeilijke maar succesvolle ingreep; van het kind dat hij had geopereerd of van die patiënt die hij had gered en achteraf terug zag.”