1890 en 1891 Organisatiewetten

De wetten van 10 april 1890 en 3 juli 1891 hervormen de organisatie van het hoger onderwijs. De regering wil naar buitenlands voorbeeld het wetenschappelijk niveau van de faculteiten verhogen en de studierichtingen verder specialiseren.

Humanioradiploma

De wetten zijn een reactie op de kritiek op de vorige wet op het hoger onderwijs uit 1876. Die had door het afschaffen van een inschrijvingsproef de universitaire poorten wagenwijd opengegooid met als gevolg dat jongelingen voortijdig het middelbaar onderwijs verlaten en het aantal universiteitsstudenten verdubbelde. De regering hoopt met de wet van 1890 het overschot aan universitair gediplomeerden op te lossen. Voortaan is het diploma van de klassieke humaniora de enige toegangsvoorwaarde voor de universiteit. Een neveneffect van de wet is dat het voor vrouwen (opnieuw) bijzonder moeilijker wordt universitaire studies te volgen. Er bestaat immers nog geen volwaardige middelbare opleiding voor meisjes.

Letteren en Wijsbegeerte

De wetten hebben vooral een impact op faculteiten Letteren en Wetenschappen. Die worden gesplitst in verschillende secties (geschiedenis, wijsbegeerte, klassieke, romaanse en germaanse filologie) met eigen programma’s, er wordt gezorgd voor een betere wetenschappelijke opleiding van de studenten, de dissertatie wordt (opnieuw) ingevoerd, de toelatingsvoorwaarden voor universitair onderwijs worden strikter en de lerarenopleiding wordt toevertrouwd aan de faculteiten.

Deze wetten zorgen ervoor dat het hoger onderwijs verder wordt verwetenschappelijkt en dat de kloof tussen onderzoek en onderwijs geleidelijk aan verkleint. De universiteiten blijven het desondanks moeilijk hebben om hun beroepsvoorbereidende traditie los te laten.

Fien Danniau
Vakgroep Geschiedenis UGent
Laatst gewijzigd 8 juni 2015

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Danniau, Fien. "1890 en 1891: Organisatiewetten" UGentMemorie. Laatst gewijzigd op 08.06.2015. www.ugentmemorie.be/gebeurtenissen/1890-en-1891-organisatiewetten.

Bibliografie

Naar: Langendries, Elienne en Anne-Marie Simon-Vandermeersch, 175 jaar Universiteit Gent – Ghent University. 1817-1992, Gent: RUG, 1992.
Deelstra, H. A. "Achtergronden van de wetten van 1890-1891 en de invloed op het natuurwetenschappelijk onderwijs in België." Gewina/TGGNWT 16, no. 3 (1993): 187-191.
Dhondt, Pieter. Een tweevoudig compromis. Discussies over universitair onderwijs in het negentiende-eeuwse België. Leuven: onuitg. doct. verh., 2005.
Vandersteene, Liesbeth. De geschiedenis van de rechtsfaculteit van de Universiteit Gent. Gent: Maatschappij der Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, 2009, 95-99.

Deel deze pagina: 

Herinneringen

Prof. Robert Foncke herinnert zich de lerarenopleiding anno 1911.

Na het theoretische eindexamen en de openbare verdediging van zijn verhandeling zag de pas gepromoveerde doctor in de wijsbegeerte & letteren, om machtiging tot het leraarschap in de atenea en kolleges te erlange, zich geroepen tot het houden van een publieke les over een vierentwintig uren te voren gegeven onderwerp waarbij hij, voor de verenigde essoren van zijn faculteit alleen en zonder scholieren, zelf de vragen stelde en ze zelf ook moest beantwoorden. Al doende zou hij wel - dat was toen de mening - de gewenste vaardigheid als lesgever verwerven; prof. Bley hield bijv. vol: ‘Préparez bien vos leçons et corrigez bien les devoirs de vos élèves et vous serez un bon professeur’.

Op. cit. Robert Foncke, ‘Herinneringen van meer dan vijftig jaar geleden’, in: De Brug, 4, 1960(5), pp. 238-249.