Boehm, Rudolf (1927-2019)

"Eén van de filosofische inzichten die ik heb verworven, is toch dat heel veel menselijke ellende voortspruit uit het feit dat mensen weigeren om sterfelijk te zijn", zegt de op 29 augustus 2019 overleden Rudolf Boehm. Gerboren in Berlijn in 1927 groeit Rudolf Boehm op onder het Nazi-regime. In 1943 moet hij op 15-jarige leeftijd in dienst van het Duitse leger bij de luchtafweerbrigade van Leipzig. Deze oorlogservaring brengt hem reeds op vroege leeftijd naar een vraag die hem zijn hele leven lang bezig houdt: “Waar zijn we mee bezig?”

Bewaker van de fenomenologische traditie

Na de oorlog begint Boehm zijn studies filosofie en natuurwetenschappen aan de universiteit van Leipzig, waar hij onderwezen wordt in de fenomenologische en Heideggeriaanse traditie door Hans-Georg Gadamer en Karl-Heinz Volkmann-Schluck. Deze laatste begeleidt Boehm ook bij het schrijven van zijn doctoraatsscriptie, een studie van het hupokeimenon-concept in de Aristotelische metafysica. Na het behalen van zijn doctoraat in de filosofie wordt Boehm assistent aan de universiteiten van Keulen en Rostock. In 1952 wordt hij door Herman Leo van Breda aangeworven als wetenschappelijke medewerker in het Edmund Husserl-archief aan de Katholieke Universiteit Leuven. In deze functie is Boehm verantwoordelijk voor verschillende uitgaves van lessen en onafgewerkte manuscripten van de grondlegger van de fenomenologie, Edmund Husserl. Omwille van zijn grondige kennis van de fenomenologische traditie wordt Boehm in 1967 door Leo Apostel aangetrokken om vorm te geven aan een pluralistisch programma in de filosofie aan de Universiteit Gent, waarbij Etienne Vermeersch wordt aangesteld als Boehms tegengewicht.

Filosofie als kritiek

In tegenstelling tot Etienne Vermeersch beschouwt Boehm filosofie niet als een extensie van de wetenschap. Boehm definieert de filosofie als een kritiek: het vaststellen en uitspreken van wat slecht is, én daarna ook een alternatief aantonen. De filosofie zoekt volgens Boehm een draaipunt waarnaar men moet terugkeren om iets te veranderen in de wereld. Deze zoektocht is niet eigen aan de mens en eindigt ook niet in één specifiek doel, maar komt neer op het aannemen van een bepaalde houding. In deze houding beschouw je menselijke praktijken niet als gegeven, maar als open voor verandering. Zo’n zoektocht naar verandering is niet specifiek de doelstelling van filosofen. Iedereen kan deze zoektocht aanvatten vanuit eender welke praktijk. Een diploma in de filosofie heb je er niet voor nodig.

Tijdens de oorlogsjaren discussieert de jonge Boehm vaak met zijn vader, een farmaceutisch scheikundige. Hij stelt hem de vraag: “waar zijn jullie mee bezig? Met het vinden van pilletjes tegen verkoudheid terwijl gans Europa en Amerika bezig is met elkaar dood te schieten en te verkreupelen?” Voor Boehm is de juiste vraag op dat moment niet hoe een verkoudheid te genezen, maar waarom verder doen met het alledaagse leven terwijl de omringende wereld kapotgaat. Het moment waarop een individu zich afvraagt waar het mee bezig is, dat is het moment van kritiek – dat is filosofie.

Studentenprotest 1969 & Maatschappelijk Engagement

In maart 1969 bezetten honderden studenten de Blandijn naar aanleiding van het verbod op een lezing over pornografie. Zij aanvaarden de repressieve houding van de professoren niet langer en eisen meer inspraak in de werking van de universiteit. De meeste professoren van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte blijven tijdens deze bezetting weg uit het gebouw. Rudolf Boehm is echter snel ter plaatse en geeft dit moment van kritiek haar nodige ruimte: hij vraagt de portier de studenten toegang te verlenen tot de lokalen en stelt zijn telefoon en stencilmachines ter beschikking. Boehm blijft ook, als enige professor, gedurende de hele periode lesgeven. Hiervoor moet hij na afloop van de bezetting verantwoording gaan afleggen tegenover de Raad van Bestuur.

Ook doorheen de rest van zijn carrière schuwt Boehm het debat en de contestatie in de publieke ruimte niet. Een centraal thema in zijn vele maatschappijkritische teksten betreft de wijze van productie in de samenleving. Boehm pleit reeds vanaf begin ’70 voor een grondige herziening van de werking van onze economie. Volgens Boehm zal de economie, indien zij ongewijzigd blijft, leiden tot een uitputting van de natuurlijke bronnen van de aarde en tot een verwoesting van fragiele ecosystemen. Vanuit zijn lectuur van Marx stelt Boehm voor om de economie ten dienste te stellen van menselijke behoeften en niet ten dienste van een toename aan de productie zelf (steeds meer economische groei). Hij beargumenteert dat de productie van een economie zal moeten vertrekken vanuit de behoeften van de mensen. Daarvoor is het echter nodig om aan zelfonderzoek te doen: welke behoeften heb je echt, los van de verlangens die jou aangereikt worden door op winst gerichte bedrijven? Met deze reflexieve houding buigt Boehm zich in de jaren ’70 en ’80 over vraagstukken die ook vandaag nog niet aan relevantie hebben ingeboet, zoals de zoektocht naar nieuwe energiebronnen, de oorzaken van terugkerende economische crisissen en de verhouding tussen de ecologische beweging en de arbeidersbeweging.

Weten om te weten

Internationaal staat Boehm niet alleen bekend als een belangrijke uitgever van Husserls nagelaten geschriften, maar ook als de auteur van Kritiek van de Grondslagen van onze Tijd (1977). In dit werk onderzoekt Boehm hoe het moderne wetenschapsideaal van een objectief, belangeloos weten gegrond is in het theoretische kennisideaal van Plato en Aristoteles. Volgens dat kennisideaal zal de mens zichzelf het beste verwezenlijken door aan zichzelf voorbij te gaan via het bereiken van kennis van de werkelijkheid op zichzelf, los van enige menselijke noden. Boehm begrijpt deze studie als een kritiek op een dominant idee in de moderne samenleving, namelijk dat een belangeloze wetenschap uiteindelijk de beste gids zal zijn om onze behoeften en doelstellingen te dienen. Volgens Boehm is dit niet het geval en gaat het ideaal van het weten om te weten voorbij aan de reële vragen waar ieder mens als eindig wezen mee geconfronteerd is.

 

Fons Dewulf
Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap UGent
7 september 2019

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Fons Dewulf. “Boehm, Rudolf (1927-2019).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 7.09.2019. https://www.ugentmemorie.be/personen/boehm-rudolf-1927-2019. 

 

BIBLIOGRAFIE

Aan het einde van een tijdperk (1983), digitaal beschikbaar op: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1984/einde/index.htm

Energie, waarvoor?, https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1984/einde/8.htm

Onze economie is niet meer te redden, https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1984/einde/20.htm

Over de behoeften en belangen van de mensen en over de zin van de arbeid: https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1984/einde/23.htm

https://www.marxists.org/nederlands/boehm/1977/kritiek/index.htm

Type persoon: 
Deel deze pagina: