Van Duyse, Daniel (1852-1924)

Daniel Van Duyse wordt geboren in 1852 in Gent. Zijn vader is Prudens van Duyse (1804-1859), een vooraanstaand literator die samen met onder meer Jan-Frans Willems en Ferdinand Snellaert, na het ontstaan van België in 1830, de Vlaamse literatuur een gezicht geven. Daniel, de jongste telg, verliest zijn vader als hij 7 is. Hij behaalt het artsendiploma aan de Gentse universiteit in 1876 en vervolmaakt zijn opleiding nadien in Parijs, Wenen, Londen, Berlijn en in Straatsburg waar hij zich specialiseert in de anatomopathologie. In 1891 wordt hij docent, belast met het onderwijs in de pathologische anatomie en mag een grondlegger van de moderne pathologische anatomie genoemd worden.  Een ander vakgebied waarin hij een toonaangevend wetenschapper is, is de oftalmologie. Daarnaast is hij onnoemelijk geïnteresseerd in de geschiedenis van de geneeskunde, waarover hij vaak publiceert. Zijn wetenschappelijk oeuvre beslaat meer dan 150 artikels en boeken, wat ontzettend veel is naar de maatstaven van zijn tijd.

Waar je wieg staat

Veelschrijver Prudens van Duyse, pleitbezorger van de Vlaamse zaak, dokterszoon uit Dendermonde huwt in Veurne in 1842 met de twaalf jaar jongere Sophie Woutters die uit de Franstalige Veurnse burgerij komt. Samen hebben ze vijf kinderen, waarvan de oudste Florimond geboren wordt in 1843. Er volgen dochters in 1844 en 1845, nog een zoon in 1847 en tenslotte Daniel, een achterkomertje, in 1852. Voor zover we het kunnen nagaan is het geen erg gelukkig huwelijk. Moeder verblijft vaak en voor langere periodes bij haar familie in Veurne. Florimond Van Duyse, die later carrière maakt als magistraat, maar die we vooral kennen als musicoloog en componist, volgt zelfs een deel van zijn humaniora aan het College te Veurne. Vader woont en werkt intussen in Gent, waar hij sinds 1838 stadsarchivaris is. Wanneer Daniel het levenslicht ziet betrekken de Van Duyses een pand aan de Reep. Prudens van Duyse ambieert al gans zijn leven een functie in het onderwijs, liefst de universiteit, en wordt in 1855 alsnog benoemd tot titularis van het vak Vaderlandse Geschiedenis aan de Gentse Academie. Lang kan hij er niet van genieten want hij overlijdt in 1859 op 55-jarige leeftijd. Daniel is 7. Zijn uitvaartplechtigheid, met militair eerbetoon aan het sterfhuis op De Reep, wordt door duizenden mensen bijgewoond. Een lange stoet volgt de lijkbaar naar het Campo Santo waar zijn laatste rustplaats is. Twee jaar later komt er een grafmonument door de Gentse beeldhouwer Antoon Van Eenaeme. Vijf studerende kinderen, de jongste nog in het lager onderwijs, blijven achter met de moeder, die pas in 1889 overlijdt en wordt bijgezet in het graf van haar echtgenoot.

De jeugdjaren

Het gezin waar Daniel Van Duyse opgroeit is zeer bemiddeld en moet zelfs in tijdens de zware crisisjaren in het midden van de 19de eeuw, niets ontberen. Daniel doet zijn humaniora in het Gentse Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht en trekt nadien naar de universiteit waar hij op 9 september 1876 het diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde ontvangt. Gent en België zijn te klein voor de leergierige jongeling en hij gaat zich verder bekwamen in Parijs, Wenen, Londen en Berlijn waar de grote en gerenommeerde medische instituten in die tijd gevestigd zijn. In 1883 gaat hij in de leer bij professor Friedrich Daniel von Recklinghausen, hoogleraar algemene pathologie en pathologische anatomie aan de universiteit van Straatsburg en een autoriteit in zijn vakgebied.

Professor aan de Gentse universiteit

Zijn eerste opdracht als pasbenoemd docent in 1891 is het onderwijzen van de cursussen 'theorie van de pathologische anatomie', 'pathologische histologie' en 'microscopische pathologische anatomie'. Het jaar nadien wordt hij aangesteld als directeur-diensthoofd van het ‘Laboratoire d'anatomie pathologique’, zoals het toen heette, in opvolging van collega Richard Boddaert. In 1896 wordt hij bevorderd tot buitengewoon hoogleraar.

Oogheelkunde is een andere tak van de geneeskunde waar Van Duyse intensief mee bezig is. In datzelfde jaar 1896 is hij de gangmaker en stichter van de Société belge d'Ophtalmologie die in Brussel gevestigd wordt. Hij wordt secretaris-generaal van de vereniging, letterlijk tot aan zijn overlijden, want op 27 september 1924 valt hij dood neer op het moment dat hij zijn kantoor in de ‘Société’ binnenstapt. Gezien zijn grote expertise in het domein van de ophtalmologie, ligt het voor de hand dat hij vanaf 1899 collega Victor Deneffe vervangt voor de cursussen oogheelkunde. In 1901 krijgt hij zijn benoeming tot gewoon hoogleraar en is een eerste keer decaan van de faculteit geneeskunde in 1903-1904. Bij het emeritaat van Deneffe en in 1905 wordt hij directeur-diensthoofd van de oogheelkundige kliniek. De nieuwe klinische en poliklinische instituten in de Pasteurlaan, palend aan het Bijlokeziekenhuis, staan in de steigers. In 1907 kan de nieuwe kliniek in gebruik genomen worden. ‘Kostelooze raadpleging voor Oogziekten’ prijkt op de naamplaat links van de ingang.

Van Duyse is een uitstekend clinicus, maar ook een gedreven wetenschapper. Zo is hij één van de pioniers in het gebruik van röntgenstralen in de geneeskundige diagnostiek. Nog geen maand na de ontdekking van de X-stralen door de Duitse geleerde Wilhelm Röntgen eind december 1895, maken de chirurg Charles De Visscher, hoogleraar forensische geneeskunde en zijn assistent Jules De Nobele, reeds een radiografie van een mannenhand die vanop korte afstand doorboord is door een hagelschot. De man is patiënt in de Bijloke. Samen met collega De Nobele levert Daniel Van Duyse baanbrekend onderzoek naar het gebruik van röntgenstralen in de oogheelkunde en publiceert zijn eerste wetenschappelijke bijdrage hierover reeds in februari 1896.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog worden de activiteiten aan de Gentse universiteit stilgelegd, in de veronderstelling dat de lessen snel kunnen hervat worden. Maar het academiejaar 1914-15 opent niet. Op een laatste bijeenkomst van de faculteitsraad op 9 juni 1915, wordt Daniël Van Duyse tot decaan verkozen, een mandaat dat hij pas kan opnemen in 1918-19. Op 24 oktober 1916 heropent de instelling als de Vlaamse Hogeschool, de zogenaamde Von Bissinguniversiteit. Reimond Speleers wordt benoemd tot gewoon hoogleraar op de leerstoel oogheelkunde. Hij wordt tevens decaan van de faculteit Geneeskunde en zelfs waarnemend rector vanaf juni 1918.

Nalatenschap

Wanneer Daniel Van Duyse in de lente van 1922 op emeritaat gaat, is zijn erfenis verzekerd. Het jaar voordien heeft hij de fakkel doorgegeven aan zijn zoon Marnix, die hem opvolgt als directeur-diensthoofd van de Kliniek voor Oogheelkunde. Hij laat een indrukwekkend oeuvre na van meer dan 150 artikels en boeken, wat ontzettend veel is naar de maatstaven van zijn tijd. Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van de oogheelkunde, in de pathologische anatomie en in de geschiedenis van de geneeskunde waardoor hij gepassioneerd is. Naast een goed draaiende kliniek schenkt hij ook zijn portret aan de dienst. Het is gemaakt door de toen zeer vermaarde en populaire Gentse kunstschilder, Gustave Vanaise (1854-1902). Ik denk dat zijn biograaf in het Nationaal Biografisch Woordenboek dit portret voor ogen heeft als hij Daniel Van Duyse beschrijft (en dat wil ik jullie niet onthouden): "La personnalité de Daniel Van Duyse était particulièrement forte; c'était un remarquable tribun d'allure herculéenne, au masque haut en couleurs, au corps musclé un peu bedonnant paraissant échappé d'un tableau de Rubens ou de Jordaens, qui unissait au prestige du savant, le charme de l'artiste".
Na zijn overlijden wordt Daniel Van Duyse bijgezet in het praalgraf van de familie op het Campo Santo in Sint-Amandsberg, waar ook zijn ouders, broers en zussen begraven zijn.

 

Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
2 september 2026

 
Hoe verwijs je naar dit artikel? 
Cotman, Frank. "Van Duyse, Daniel (1852-1924)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 2.09.2026. www.ugentmemorie.be/personen/van-duyse-daniel-1852-1924 

BIBLIOGRAFIE

https://www.ugentmemorialis.be/catalog/000000055

https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/van-duyse-prudens

Cotman, Frank en Mussen, Maurice, "Van Bijloke tot AZ. voorgeschiedenis en begin (1215-1959)." In Fraeyman (red.) UZ50: 50 jaar UZ Gent, pp.8-36.

Bracke, Siegfried, Kroniek van Prudens Van Duyse : inventaris van de briefwisseling, licentiaatsverhandeling Germaanse Filologie, Faculteit L&W, UGent, 1976.

Deneckere, Gita, Uit de ivoren toren. 200 jaar universiteit Gent, Tijdsbeeld, Gent, 2017, pp. 36.

Deel deze pagina: