Home > Gebeurtenissen > 1923 Tweetalige Nolfuniversiteit

1923 Tweetalige Nolfuniversiteit

In het begin van de jaren twintig barst de strijd om de vernederlandsing van de Gentse Universiteit in alle hevigheid los. Het wetsvoorstel-Van Cauwelaert, dat in een geleidelijke vernederlandsing voorziet, had een oplossing kunnen brengen voor het hogeschoolvraagstuk. Goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 22 december 1922, wordt het voorstel echter door de Senaat verworpen. Na een regeringscrisis komen de politieke partijen in juli 1923 eindelijk tot een compromis: het Nederlands wordt de bestuurstaal van de universiteit, voor het onderwijs kunnen de studenten kiezen tussen een Vlaamse en een Franse afdeling, met respectievelijk 2/3 Nederlandstalige en 1/3 Franstalige colleges en vice versa. Dit stelsel wordt het Nolf-systeem genoemd, naar de toenmalige minister van Kunsten en Wetenschappen Pierre Nolf, die het stelsel bedacht. Op 31 juli 1923 is de gedeeltelijke vernederlandsing van de Gentse universiteit een feit. Zowel franskiljons als flaminganten zijn echter ontevreden.

Ecole des Hautes Etudes

Burgemeester Braun en de francofiele burgerij vrezen het einde van ‘Gand français’ en richten de Ecole des Hautes Etudes op: voor elke Nederlandstalige cursus krijgen studenten hier een parallelle Franstalige cursus. Een Antwerps zakenman koopt voor de nieuwe school het Hotel Vanderstegen op de Koornlei. Als de School op 25 november de deuren opent, worden gratis treinen ingelegd om de Luikse en Brusselse studenten naar Gent te brengen. Het feest wordt opgeluisterd met fanfares, fakkeltochten, vlaggen, speeches, banketten en... tegenacties van de Vlaamse studenten. Die nacht worden de ruiten van de Ecole de Hautes Etudes verbrijzeld en de deuren van de hoogleraren die er doceren, beklad.

Boycot

De Vlaamse studenten lopen evenmin warm voor de halfslachtige oplossing – ze noemen de Nolfuniversiteit smalend de ‘hoalf-en-hoalf-universiteit’ – en boycotten de inschrijvingen in het Nederlandstalige stelsel. Via vlugschriften en brochures worden studenten afgeraden om zich in het Vlaamse stelsel in te schrijven: dat zou het halfslachtige systeem enkel maar bestendigen. De boycot is een succes: slechts tien van de 145 nieuwe studenten die zich in oktober 1923 inschrijven, doen dat in de Nederlandstalige afdeling. Dat succes is niet alleen te verklaren door de Vlaamse strijdvaardigheid van de jongemannen. Studenten blijven ook weg uit het Vlaamse stelsel uit vrees voor repercussies op examens of bij sollicitatiegesprekken. De boycot is dan wel een succesvol, het zal de volgende jaren ook een splijtzwam blijken tussen studentenverenigingen en Vlaamse organisaties: ’t Zal Wel Gaan breekt met zijn oud-ledenbond en het Willemsfonds distantieert zich van de boycot uit vrees dat die te veel studenten naar het katholieke Leuven drijft. Naarmate de academiejaren vorderen, verslapt de boycot. In het laatste jaar voor de vernederlandsing in 1930 zullen 185 studenten voor het Nederlandstalig regime kiezen, tegenover 302 voor het Franstalige.

Openingsceremonie bij kaarslicht

De openingsplechtigheid van het academiejaar 1923-1924, die het tweetalige stelsel inluidt, zal de geschiedenis ingaan als een van de meest legendarische van de Gentse universiteit. De plechtigheid verloopt zeer rumoerig en door een toevallig (?) technisch defect vallen de lichten uit en moet de openingsceremonie worden verdergezet bij kaarslicht. Dat de ceremonie bij voorbaat niet ontaardt in een gewelddadig schouwspel, komt omdat de grootste tegenstanders uit beide kampen weg blijven. De plechtigheid wordt voorgezeten door de nieuwe rector Jan Frans Heymans (vader van Nobelprijswinnaar Corneel Heymans). De positie van de vorige rector Eugène Eeman, die zich als voorzitter van de Ligue nationale pour la Défence de l'Université de Gand et la Liberté des Langues openlijk en met hand en tand had verzet tegen de vernederlandsing, was onhoudbaar.

Een nieuwe generatie hoogleraren

De invoering van de tweetaligheid heeft als gevolg dat heel wat professoren die het Nederlands niet machtig zijn een vervanger moeten krijgen voor hun Nederlandstalige cursus. Het Koninklijk Besluit van 20 oktober 1923 zal niet minder dan zestien nieuwe benoemingen regelen, de eerste generatie Nederlandstalige hoogleraren. Een van hen is kunstwetenschapper, socialist en flamingant August Vermeylen, die in 1930 rector zal worden van de volledig vernederlandste universiteit. Een ander opmerkelijk feit is de inschrijving van kroonprins Leopold in hetzelfde academiejaar: hij volgt een Nederlandstalig college bij August Vermeylen, een Franstalig bij Henri Pirenne, en een ander Frans college bij Charles de Lannoy.

[Fien Danniau]

Literatuur

Deel deze pagina: