De Ruyver, Brice (1954-2017)

Criminoloog Brice De Ruyver maakte tijdens zijn carrière zowel naam als onderzoeker, lesgever en beleidsadviseur. Zijn onderzoek naar de juridische praktijk en politiek beleid maakten van hem een veelgevraagd expert strafrecht en strafrechtelijk beleid. Hij drukte een ongemeen grote stempel op het Belgische veiligheidsbeleid. De Ruyvers naam zal voor altijd verbonden blijven aan de politiehervorming na  de affaire en ontsnapping van Marc Dutroux en aan zijn functie als veiligheidsadviseur onder Verhofstadt I en II.

Wetenschapper met de blik naar de maatschappij

Brice De Ruyver wordt op 23 oktober 1954 geboren in Opbrakel en groeit op in Maria-Lierde waar zijn ouders een schildersbedrijf runnen. Na het humaniora in Geraardsbergen trekt hij naar de Rijksuniversiteit Gent om rechten en criminologie te studeren. In 1978 wordt hij assistent bij Paul Ghysbrecht die een grote invloed op hem zal uitoefenen. Paul Ghysbrecht heeft, als geneesheer die een tijdlang decaan van de rechtsfaculteit was, een grote lesopdracht in vele faculteiten en geniet een grote bekendheid als forensisch psychiatrisch deskundige. Hij is bovendien een begeesterend spreker en zeer actief in maatschappelijke en politieke debatten.

Het is in die omgeving dat Brice De Ruyver ontbolstert als een uitstekend communicator, lesgever en onderzoeker met een zeer expliciete en geëngageerde blik naar wat er zich in de samenleving afspeelt. Het strafrecht an sich of de criminologische theorie interesseert hem dan ook veel minder dan het strafrechtelijk beleid dat daarmee wordt gevoerd. In zijn proefschrift uit 1986 over de strafrechtelijke politiek gevoerd onder de socialistische ministers van Justitie Emile Vandervelde, Piet Vermeylen en Alfons Vranckx geeft hij die benadering een wetenschappelijke onderbouw. Hij legt ermee de basis voor een manier van denken en werken die hij zijn hele carrière zal aanhouden.

Onderzoek van en voor het beleid

In 1992 wordt Brice De Ruyver benoemd tot hoofddocent in het vakgebied strafrecht en in 1996 en respectievelijk 2002 tot hoogleraar en gewoon hoogleraar op dit domein. In zijn carrière doceert hij vele opleidingsonderdelen in de criminologie en rechten met betrekking tot strafrecht, strafrechtelijk beleid en drugbeleid. In 1992 richt hij een eigen onderzoeksgroep op waarvan de initiële naam (Onderzoeksgroep Drugbeleid, Strafrechtelijk Beleid, Internationale Criminaliteit, wat later het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) zal worden) de domeinen aangeeft waarop hij samen met een groeiende groep assistenten en onderzoekers actief is.

Van bij het begin staat de onderzoeksgroep open voor vragen met een sterke maatschappelijke dimensie en wordt onderzoek voor diverse opdrachtgevers gevoerd waarbij stelselmatig ook practici uit het maatschappelijk veld (politie, justitie, hulpverlening) worden betrokken. Dat laatste maakt de activiteiten van zijn onderzoeksgroep uniek en zeer zichtbaar. De groep floreert en Brice De Ruyver krijgt een steeds grotere impact als onderzoeker van en voor het beleid en als opinion maker in media in binnen- en buitenland.

Expert en veiligheidsadviseur onder Verhofstadt

Het is dan ook geen toeval dat De Ruyver gevraagd wordt om als expert in parlementaire werkgroepen en onderzoekscommissies te zetelen. Hij is expert voor de parlementaire werkgroep Drugbeleid (1996-1997) waarvan het rapport aan de basis ligt van de federale beleidsnota Drugs (2001) die jarenlang een referentiepunt voor het Belgisch (en internationaal) drugbeleid zal zijn. Later zal hij vele jaren lid zijn van het wetenschappelijk comité van het Europese Drugobservatorium in Lissabon (EMCDDA). Verder is hij expert voor de parlementaire onderzoekscommissie vrouwenhandel (1992-1994) en de parlementaire onderzoekscommissie “Dutroux” (1996-1997). Zijn invloed op het onderzoek en de resultaten van deze laatste commissie is bijzonder groot, vooral wat de aanbevelingen voor een grondige hervorming van het politielandschap betreft. Het politiemodel van een geïntegreerde politie op federaal en lokaal niveau dat De Ruyver in het kader van die commissie uittekent wordt door het Octopusakkoord van 1998 overgenomen en in het Belgische bestel verankerd.

Wanneer Guy Verhofstadt in 1999 eerste minister wordt, kiest hij Brice De Ruyver als zijn veiligheidsadviseur, een titel die niemand eerder in België droeg. Door zijn grote kennis van de veiligheidsketen en uitgebreid netwerk van contacten op alle echelons en niveaus van die keten weegt De Ruyver zwaar op het politie- en veiligheidsbeleid van het land. Twee termijnen lang, tot 2008, wordt hij beschouwd als een schaduwminister van Binnenlandse Zaken en van Justitie.

Grote maatschappelijke en wetenschappelijke impact

Ook na zijn functie als veiligheidsadviseur blijft zijn impact op het strafrechtelijk beleid erg groot en blijven media beroep doen op hem om commentaar te leveren op de politieke actualiteit. Hij blijft ook zeer actief in het onderwijs ­­– hij heeft zijn uitgebreide onderwijsopdracht aan de UGent nooit onderbroken of afgebouwd – en het wetenschappelijk onderzoek. Wanneer hij op 19 oktober 2017 plots overlijdt was hij nog bezig met een haalbaarheidsstudie over de schaalvergroting bij de lokale politie waarvoor hij maandenlang het land doorkruiste om interviews af te nemen in de politiezones.

De Ruyvers vele verwezenlijkingen en groot engagement leveren hem de dag van zijn onverwachte overlijden een hulde op van de minister van Binnenlandse Zaken in de plenaire zitting van het parlement, dank voor de ‘enorme inspanningen en de enorme invloed die hij gehad heeft op het veiligheidsbeleid’ alsook een applaus op alle parlementaire banken. Zijn overlijden zorgt voor een stortvloed aan reacties in binnen- en buitenland. Als eerbetoon hernoemt de commissaris-generaal van de Federale Politie het auditorium in Brussel tot ‘Auditorium Brice De Ruyver’.

Verankering onderzoeksgroep IRCP

Ondanks zijn groot engagement voor en betrokkenheid bij het beleid en maatschappij is Brice De Ruyver altijd in de eerste plaats een academicus gebleven met een voltijdse aanstelling aan de universiteit. De Universiteit Gent, waar hij in 2008-2014 ook lid van de Raad van Bestuur was, was zijn enige echte professionele thuisbasis. Wanneer hij functies of opdrachten aannam was dat steeds in zijn universitaire hoedanigheid en zonder enig persoonlijk financieel voordeel. Het zorgde ervoor dat zijn onderzoeksgroep kon groeien en dat hij zijn expertise en kennis in alle onafhankelijkheid ter beschikking kon stellen van wie erom vroeg.

Ondanks zijn vele dienstverlenende activiteiten verwaarloosde De Ruyver nooit zijn wetenschappelijke opdracht aan de UGent. Zijn academische output getuigt van zijn grote bedrijvigheid als vorser. Brice De Ruyver was (co-)auteur van een zestigtal boeken, 38 onderzoeksrapporten en 165 bijdragen in nationale en internationale tijdschriften en bundels. Hij organiseerde 44 (inter)nationale congressen en was uitgenodigd als spreker op 200 (inter)nationale congressen. Hij was (co-)promotor van 10 doctorale proefschriften.

Tom Vander Beken
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht UGent
23 januari 2018

 

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Vander Beken, Tom. "De Ruyver, Brice (1954-2017)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 23.01.2018. www.ugentmemorie.be/personen/de-ruyver-brice-1954-2017

Bibliografie

www.UGentMemorialis.be

Fijnaut, Cyrille en Willy Bruggeman. “In memoriam Prof. Dr. Brice De Ruyver (23 oktober 1954-19 oktober 2017)." Panopticon 39, nr. 1 (2018): in druk.

Ponsaers, Paul. “In memoriam Brice De Ruyver (1954-2017)." Cahiers Politiestudies 46 (2018): 73-76.

Website onderzoeksgroep Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)

Selectieve bibliografie

De Ruyver, Brice. De strafrechtelijke politiek gevoerd onder de socialistische Ministers van Justitie E. Vandervelde, P. Vermeylen en A. Vranckx. Antwerpen: Kluwer, 1986.

Type persoon: 
Deel deze pagina: