Cloquet, Louis (1849-1920)
Louis Cloquet is 41 als hij met zijn gezin naar Gent verhuist. Op 3 november 1890 wordt hij buitengewoon hoogleraar benoemd aan de Gentse universiteit wat meteen ook de start betekent van de belangrijkste periode in zijn professionele loopbaan. Hij drukt een onuitwisbare stempel op het Gentse stadsbeeld, zowel met de bouwwerken die hij voor de universiteit als voor de stad Gent ontwerpt. Met de Sint-Michielshelling, het voormalige Postgebouw aan de Korenmarkt en het station Gent-Sint-Pieters schept hij iconische ankerpunten in de Vlaamse architectuurgeschiedenis, die nog altijd de visuele identiteit en het romantische karakter van de Gentse binnenstad bepalen.
Als veelzijdig intellectueel combineert hij zijn hele loopbaan lang de praktijk van het bouwen met academisch onderwijs en architectuurtheoretische publicaties.
Henegouwen
Louis Cloquet wordt in 1849 in het Henegouwse Feluy geboren, waar zijn vader arts is. Louis groeit op in een bijzonder christelijk gezin waar naast hem nog vijf kinderen geboren worden. Feluy telt in die periode rond de 2500 inwoners, wat te weinig is om met de inkomsten van een artsenpraktijk rond te komen. Er zijn in de streek verschillende kleine steengroeven waar blauwe hardsteen (petit granit) wordt ontgonnen, een materiaal dat later vaak terugkomt in de bouwwerken van Louis Cloquet. Ook vader Norbert bezit een steengroeve en Louis gaat er, na zijn middelbare studies aan het college van Nijvel, bijklussen om de financiën van het gezin te ondersteunen. Daarnaast is vader ook een amateur archeoloog die er regelmatig in de wijde omgeving op uittrekt om opgravingen te doen, iets waar Louis ook mateloos in geïnteresseerd is. Bij de Cloquets thuis lijkt het dan ook een archeologisch museum.
In 1867 start hij in Gent in de voorbereidende afdeling van de Ecole Spéciale du Génie Civil en studeert er 1871 af als burgerlijk ingenieur. Hij start zijn carrière als ingenieur voor Bruggen en Wegen in de provincie Henegouwen. Enkele jaren nadien wordt hij door de gebroeders Jules en Henri Desclée, eigenaars van de uitgeverij Saint-Jean l’Evangéliste gevraagd om technisch en artistiek directeur bij hun in Doornik gevestigde drukkerij te worden. Deze vroege ervaring met grafische kunsten en boekproductie zal later cruciaal blijken voor zijn omvangrijke carrière als auteur en illustrator van architectuurboeken. Hij blijft er aan de slag tot hij aan de Gentse universiteit wordt aangesteld. Wanneer de broers Desclée in 1877 in Doornik een Sint-Lucasschooltje oprichten, krijgt Cloquet er zijn eerste onderwijsopdracht. Zijn eerste ontwerp als zelfstandig architect wordt het nieuwe gemeenteschooltje van Feluy in 1880.
Gent
Louis Cloquet komt voor het eerst in contact met Gent bij de aanvang van zijn hogere studies, maar hij blijft er op allerlei manieren mee geconnecteerd, tot hij eind 1890 benoemd wordt tot docent en later tot hoogleraar architectuur aan de UGent en in de stad gaat wonen.
Zeer bepaald door het christelijk geloof en zijn lidmaatschap sinds 1868 van het Sint-Vincentiusgenootschap, komt hij aan de ‘burgerlijke’ universiteit in contact met geestesgenoten zoals Arthur Verhaegen en Joris Helleputte, die hem aanzetten om lid te worden van studentenkring Leibnitz onder de vleugels van de ultra katholieke professor Paul Mansion en de Cercle des Etudiants Catholiques. Die laatste studentenvereniging kant zich fel tegen de secularisering van de Gentse universiteit en bij uitbreiding van de ganse maatschappij, onder meer via het in 1892 opgericht weekblad L’Etudiant Catholique. Cloquet wordt kort na zijn vrienden ’van het katholiek verzet’ zoals hij ze noemt, ook werkend lid van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas, een in 1863 door Jean-Baptiste Bethune en Joseph de Hemptinne opgerichte vereniging met als doel de studie en promotie van middeleeuwse kunst vanuit een christelijk perspectief om tot een nieuwe ware christelijke kunst en cultuur te komen. Net zoals in de vrijmetselarij werd je ingewijd in die gilde. Die theorie zetten ze om in praktijk. Zo heeft Bethune een glazeniersatelier in het Gentse Prinsenhof dat later verhuist naar het domein Maaltebrugge van de Hemptinne. Louis Cloquet gaat er in de leer tijdens de winter van 1875-1876 en in 1879 schoolt hij zich bij in illustratietechnieken in de Brugse Sint-Augustinusdrukkerij.
Dezelfde ultramontaanse kringen en mecenassen sponsoren ook broeder Marès-Joseph van de Broeders van de Christelijke scholen die in 1866 zijn eerste Sint-Lucasschool in Gent opricht als christelijke tegenhanger van de Academie, waarvan het tegen het einde van de 19de eeuw een geduchte concurrent wordt.
Via zijn goede studievriend Joris Helleputte, die reeds in 1879 hoogleraar wordt aan de ingenieursopleiding van de Leuvense universiteit en het zelfs tot minister voor de Katholieke Partij schopt in 1907, maakt hij kennis met diens oudere zus Rosalie. Joris is de jongste van zes kinderen. De Helleputtes baten een bakkerij uit op het Gouden Leeuwplein in Gent. Louis Cloquet huwt met Rosalie in 1878 en het jonge koppel neemt zijn intrek bij de ouders van Louis in Feluy. Wanneer hij in 1881 een gebouwencomplex ontwerpt voor de steendrukkerij van de Doornikse uitgeverij waar hij voor werkt, is zijn eigen woning erin geïntegreerd. Zijn oudste kind Norbert wordt er in 1885 geboren.
Benoemd aan de Gentse universiteit
Cloquet koestert grotere ambities dan het werk dat hij doet voor de drukkerij en stelt in 1888 zijn kandidatuur voor conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en Geschiedenis aan de Cinquantenaire, echter zonder gunstig gevolg. Het jaar nadien past hij zelf voor een aanstelling aan de universiteit van Leuven voor de leerstoel Architectuur, uit loyaliteit voor zijn toenmalige werkgever Desclée. Maar wanneer de leerstoel Architectuur en Architectuurgeschiedenis van zijn vroegere leermeester Adolphe Pauli vrijkomt aan de Gentse universiteit, laat hij de kans niet liggen en wordt op 3 november benoemd als buitengewoon hoogleraar. Zijn contract in Doornik dat nog een aantal jaren loopt, combineert hij met zijn nieuwe functie. De woning daar blijft nog behouden, terwijl het jonge gezin reeds verhuist naar een huurwoning in de Lange Kazernestraat (nu Kattenberg) in de buurt van het huidige Citadelpark, dat dan samen met de omliggende lanen in aanleg is. In 1903 ontwerpt Cloquet zijn eigen woning op de huidige Floraliënlaan (nr. 9), het zeer opvallende Huis de Kat en de Hond, dat sinds 1994 een beschermd monument is.
In 1891, de periode dat Cloquet zich in Gent gaat vestigen, wordt zijn vroegere studievriend en hoofdingenieur aan de stad gent, Emile Braun, voor het eerst verkozen voor de Liberale Partij als provincieraadslid voor Oost-Vlaanderen. In 1895 wordt Braun eveneens gemeenteraadslid en wegens zijn populariteit ook meteen burgemeester, een mandaat dat hij behoudt tot 1921. De connectie tussen Braun en Cloquet zal deze laatste geen windeieren leggen, zoals we verder gaan zien. Dat een geëngageerd liberaal en vrijmetselaar bij de Gentse loge Le Septentrion goede banden heeft met een geëngageerde christen en ultramontaan, wekt op het eerste zicht verwondering, maar vindt, naast het feit dat ze klasgenoten zijn in het college in Nijvel, zijn oorsprong in de toenmalige structuur van de ingenieursopleiding. Veel meer dan in de andere universitaire opleidingen, zitten de studenten van de Ecole du Génie Civil in een bijna militaire bestel: de strikte dagindeling bestaat uit cursussen, oefeningen, ondervragingen, vrije studie en een continuë evaluatie. Iedere afwezigheid of onregelmatigheid wordt gemeld. Een studie-inspecteur ziet toe op het correct verloop. Tijdens het zomersemester lopen de studenten stage op staatswerven onder leiding van een hoofdingenieur. Om uiteindelijk te slagen moet men 650 punten op 1000 halen. Als men op die manier enkel jaren met elkaar samen doorbrengt, schept dit ongetwijfeld banden.
De architectuuropleiding aan de UGent
Met de aanstelling van Cloquets voorganger Adolphe Pauli in 1864, wordt binnen de Ecole Spéciale du Génie Civil een opleiding ingenieur-architect opgericht. In de praktijk onderscheidt die opleiding zich nauwelijks van de zusteropleidingen burgerlijk ingenieur en ingenieur van bruggen en wegen. De meeste vakken worden samen gedoceerd en artistiek beantwoordt de opleiding geenszins aan de vereisten van het architectenberoep. Heel veel studenten volgen dan ook avondonderwijs aan de Academie, waar Pauli ook docent en directeur is van de opleiding Bouwkunst. Met de aanstelling van Cloquet grijpt het universitair bestuur de kans om de banden met de Academie door te knippen en verlengt de studieduur van de sectie architectuur van de Ecole Spéciale met een extra jaar waarin het vak ‘Compositie en architecturale praktijk’ wordt onderricht.
Bij het begin van de 20ste eeuw speelt Louis Cloquet een sleutelrol in de professionalisering van het architectuuronderwijs. Hij moderniseert het curriculum en legt de nadruk op een evenwicht tussen enerzijds de strikte rationele en constructieve wetten van de ingenieurswetenschappen, en anderzijds de esthetische, kunstzinnige expressie van de bouwkunst. Als pedagoog vormt hij generaties Belgische architecten en ingenieurs.
Bouwen voor de universiteit
Zowel voor de stad Gent als voor de universiteit ontwerpt Cloquet gebouwen in de openbare ruimte. Begin 1896 krijgt hij zijn eerste opdrachten voor de universiteit: de bouw van verschillende instituten voor de faculteit Geneeskunde op de Bijloketerreinen, waar tussen 1864 en 1880 reeds het neogotische Burgerlijk Hospitaal (het zgn. Bijlokeziekenhuis) naar ontwerp van Adolphe Pauli is opgetrokken. De universiteit krijgt overheidsgelden ter beschikking om naast de Klinische en Poliklinische Instituten, ook een Instituut voor Hygiëne, Bacteriologie en Gerechtelijke Geneeskunde (het Rommelaere Instituut genoemd), het Instituut voor Farmacodynamie en het Instituut voor Fysiologie te bouwen. De Klinische en Poliklinische Instituten sluiten aan op het ziekenhuis, de andere Instituten, die samen het Rommelaerecomplex vormen, liggen aan de overkant van de straat in de vierhoek gevormd door de Jozeff Kluyskensstraat, de Nieuwe Hospitaalstraat, de Apotheekstraat en de Albert Baertsoenkaai. Alle opdrachten worden toevertrouwd aan Louis Cloquet.
De Klinische en Poliklinische Instituten herbergen in afzonderlijke entiteiten de diensten voor Heelkundige Ziekten, Huidziekten, Inwendige Geneeskunde, Neus-Keel- en Oorziekten en Inwendige Geneeskunde. De detaillering en het materiaalgebruik van de gevels is, in vergelijking met het Rommelaerecomplex, veel eenvoudiger omdat de gebouwen aansluiten op de westkant van het Bijlokeziekenhuis. Ze volgen het gebogen tracé van de vroegere stadsomwalling (Pasteurlaan-Godshuizenlaan). In 1905 zijn de werken voltooid maar de gebouwen worden pas vanaf het academiejaar 1906-1907 in gebruik genomen. Ze sluiten via een lange gang, parallel met de voorgevel, aan op het ziekenhuis. Op die manier is het transport van de patiënten tussen het ziekenhuis en de poliklinieken efficiënt en comfortabel. De gebouwen worden vandaag ingenomen door het KASK, School of Arts.
Tussen 1904 en 1907 zijn ook de gebouwen aan de overzijde van het ziekenhuis afgewerkt en in gebruik genomen. Dit Rommelaerecomplex ontwerpt Cloquet in nauw overleg met de collega’s uit de faculteit Geneeskunde, meer in het bijzonder met de internationaal vermaarde bacterioloog Emile Van Ermengem. Het ontwerp getuigt van een pragmatische en eclectische benadering. Cloquet, geworteld in de neogotische traditie, combineert hier historische esthetiek op een haast vanzelfsprekende manier, met moderne noden en innovatieve technieken, zoals het vroege gebruik van gewapend beton, grootschalige ijzerconstructies en de integratie van elektriciteit, ventilatie en verwarming in publieke gebouwen. Het Rommelaerecomplex is door de universiteit verkocht en wacht op herbestemming.
Naast zijn realisaties voor de faculteit Geneeskunde krijgt Louis Cloquet op 12 maart 1900 van de universiteit de opdracht om ten behoeve van de faculteit Wetenschappen een nieuw Botanisch Instituut te bouwen. Het zoeken van een geschikte plaats voor het instituut met bijhorende serres en plantentuin, heeft heel wat voeten in de aarde. Zo tracht Gustave Wolters, beheerder-inspecteur van de UGent, zijn eigen gronden aan de Heirnis naast de Nederschelde, hiervoor te verkopen. Uiteindelijk wordt gekozen voor een terrein ten zuiden van het Citadelpark. In nauw overleg met professor Jules MacLeod die instaat voor de plannen van de botanische tuin. In 1903 kan het Botanisch Instituut met bijhorende dubbelwoonst voor de hoofdtuinier en zijn medewerker, in gebruik worden genomen. Helaas moet het gebouw in de jaren 1960 plaats maken voor het huidige Ledeganckgebouw, dat vandaag ook het GUM (Gents Universiteitsmuseum) herbergt. De tuin blijft.
Louis Cloquet is niet enkel de architect van de universiteit, maar is in de eerste plaats docent. Daarnaast is hij een buitengewoon productief auteur. Hij schrijft tientallen artikelen en monumentale handboeken over bouwhistorie, archeologie en constructietechnieken. Zijn geschriften, zoals het meerdelige Traité d'Architecture, worden tot ver buiten de landsgrenzen gelezen en gebruikt als standaardwerken. Cloquet illustreert zijn boeken vaak zelf met uiterst gedetailleerde, verfijnde pentekeningen van historische gebouwen en bouwkundige constructies.
Bouwen voor de Stad Gent
Kort na zijn benoeming als burgemeester in november 1895, kondigt Emile Braun zijn op stapel staande transformatieplan aan voor de ‘Kuip van Gent’, dat hij nog geen jaar nadien voorstelt op het internationale XI° Archeologisch Congres te Gent in augustus 1896. Dit is een uiterst belangrijk moment voor de stad omdat daar wordt vastgelegd hoe het historische stadscentrum er vandaag in grote lijnen nog uitziet. Naast de afbraak van vele panden om de historische monumenten, in de eerste plaats de drie torens, beter tot hun recht te laten komen, speelt het nieuw te bouwen postgebouw een prominente rol. Op het congres dagen alle hoogwaardigheidsbekleders op: het liberale stadsbestuur, de burgemeester op kop naast de katholieke kamervoorzitter Beernaert en de eerste minister Paul de Smet de Naeyer en uiteraard de liberale voorzitter van de organiserende Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde, August de Maere. Het Gentse stadsbestuur is al decennia liberaal, maar door de invoering algemeen meervoudig stemrecht (1893) is de radico-socialistische fractie na de verkiezingen van 1895, de grootste in de gemeenteraad. De regeringen tussen 1884 en 1916 zijn unitair katholiek. Het is merkwaardig hoe liberalen en katholieken elkaar vinden, ongetwijfeld verbonden door hun liefde voor Gent. De premier belooft op het congres overheidssteun voor de toekomstige monumentale stadsprojecten.
Het postgebouw aan de Korenmarkt
Reeds tijdens voornoemd internationaal Archeologisch Congres, waar Louis Cloquet een fototentoonstelling opzet met als thema de Belgische historische monumenten, is hij via zijn schoonbroer, de katholieke politicus en hoogleraar bij de Leuvense ingenieursopleiding Joris Helleputte, op de hoogte van de nakende toewijzing voor de bouw van een nieuw postkantoor in samenwerking met Stéphane Mortier, repetitor bij Cloquets zwager aan de universiteit Leuven. Alles verloopt volgens plan en in de lente van 1897 krijgt hij toelating van de Gentse rector, om dit project uit te voeren. Om plaats te maken voor de bouw dient een gans huizenblok gesloopt te worden, waaronder het grote pakhuis op de Korenmarkt, dat integraal gebruikt wordt bij de start van de Gentse universiteit in 1817, voornamelijk voor de wetenschappen en de geneeskunde.
Het postgebouw wordt opgetrokken tussen 1899 en 1911. Dit eclectische meesterwerk combineert neogotische en neorenaissance-elementen. Het gebouw moest harmoniëren met de omliggende historische monumenten, maar verbergt intern een hypermoderne infrastructuur voor post- en telegraafverkeer. Hierin zien we weer de hand van ‘ingenieur’ Cloquet.
De Sint-Michielshelling
De ganse aanloop naar het project van de Sint-Michielsbrug, is een artikel apart. Belangrijk is dat begin 1905 de opdracht wordt gegund aan Louis Cloquet. De werken zijn klaar eind 1908. Cloquet ontwerpt de stenen boogbrug met een bewuste stedenbouwkundige visie. Dankzij de specifieke inrichting en verhoging van de brug creëert hij het wereldberoemde, adembenemende panoramische zicht op de Gentse drie torens. Na vele discussies verrijzen aan de rand van de Sint-Michielsbrug, vlak voor de opening van de Gentse Wereldtentoonstelling in 1913, een aantal ‘historische huizen’ ontworpen door architect Armand Janssens.
Het Sint-Pietersstation
De laatste grote realisatie van Louis Cloquet is het Sint-Pietersstation. In 1908 is er voor het eerst sprake van een bouwplaats voor het station, in de onmiddellijke nabijheid van de terreinen die aan de komende Wereldtentoonstelling zijn toegewezen. Dat de opdracht aan Cloquet gegund wordt is geen toeval. Zijn zwager Joris Helleputte wordt in 1907 minister van Spoorwegen, Post en Telegrafie. Hij ontwerpt het monumentale reizigersstation als de centrale toegangspoort voor de Wereldtentoonstelling in zijn herkenbare, eclectische stijl met een monumentale klokkentoren en een indrukwekkende glazen en ijzeren perronoverkapping.
Monumentenzorg en Stedenbouw
Cloquet is niet alleen een maker, maar ook een actieve beschermer van erfgoed. Als werkend lid van verschillende commissies en verenigingen die met archeologisch en kunsthistorisch erfgoed bezig zijn, zet hij zich in voor de restauratie en het behoud van historisch vastgoed. Hierbij pleit hij voor een doordachte stedenbouwkundige integratie: historische monumenten mogen geen geïsoleerde museale objecten worden, maar moeten een organisch en functioneel onderdeel blijven uitmaken van de moderne, levende stad.
Louis Cloquet overlijdt in Gent op 11 januari 1920, kort na zijn emeritaat. Zijn opvolging wordt verzekerd door zijn zoon Norbert uit zijn eerste huwelijk. Met zijn tweede vrouw Elisabeth Schmitz heeft hij vier kinderen. Hij laat een indrukwekkend theoretisch en architecturaal oeuvre na. Na zijn emeritaat is hij zinnens een werk te schrijven over ‘L’Architecture funéraire’. Zijn eigen grafzerk op het Campo Santo in Sint-Amandsberg heeft hij alvast ontworpen.
Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
26 augustus 2026
Hoe verwijs je naar dit artikel?
Cotman, Frank. "Cloquet, Louiis (1849-1920)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 26.08.2026. www.ugentmemorie.be/personen/cloquet-louis-1849-1920-0
BIBLIOGRAFIE
www.ugentmemorialis.be
https://www.gvsalm.be/publicaties-1/louis-cloquet-%281849-1920%29%2C-arc...)
Van de Capelle, Lieselotte, Het Rommelaere Instituut van Louis Cloquet in Gent, verschenen in M&L, jaargang 41, nr. 6, november-december 2022, Die Keure, Brugge.
Capiteyn, André, Gent, In weelde herboren, Wereldtentoonstelling 1913, tentoonstellingcatalogus, Stadsarchief Gent, 1988.