Van Ussel, Jos (1918-1976)

De vooruitstrevende historicus, moraalfilosoof en seksuoloog Jos Van Ussel is samen met Jaap Kruithof grondleggers van de seksuele liberalisering en emancipatie aan de UGent en bij uitbreiding van Vlaanderen. Hij behoort tot de voortrekkers van de ontwikkeling van een volwaardige opleiding Moraalwetenschappen aan de UGent maar zal zijn eigen academische carrière verderzetten in Nederland.

Seksuologisch onderzoek

Van Ussel studeert kunstgeschiedenis en geschiedenis aan de KULeuven, maar start daarna zijn loopbaan als werkleider tijdens de jaren 1950 en 1960 aan de vakgroep Moraalwetenschappen aan de UGent. Net als Jaap Kruithof daagt hij zijn studenten uit rond het thema seksualiteit. In 1957 publiceert hij Opvoeding tot Harmonische Sexualiteit. Daarin wijst Van Ussel voor het eerst op de anti-seksuele houding waarmee de katholieke, westerse maatschappij gekenmerkt wordt.

Jeugd voor de muur

Deze visie trekt hij samen met Jaap Kruithof door in het spraakmakende werk Jeugd voor de muur (1962). In deze studie over seksueel gedrag bij studenten tonen Van Ussel en Kruithof aan dat er problemen zijn met de seksualiteit van Vlaamse jongeren, en dan vooral met de anti-seksuele opvoeding die zij meekrijgen. Het kan niet dat universiteiten "juristen, criminologen, huisartsen, psychologen, pedagogen, sociologen en sociale assistenten op de maatschappelijke markt gooit die bijna totaal onwetend zijn betreffende de seksuele problematiek." Bovendien willen ze met hun werk ingaan tegen de commercialisering van seksualiteit. Van Ussel en Kruithof bepleiten een totale hervorming van de seksuele moraal met plaats voor voorhuwelijkse seksuele relaties zodat jongeren geen irreële idealen meer worden voorgeschoteld en op die manier een plaats kunnen vinden in een leefbare wereld.

Het boek is in het Vlaanderen van de jaren 1960 - voorbehoedsmiddelen zijn op dat moment nog verboden onder de 21 jaar en contacten tussen jongens en meisjes worden zoveel mogelijk vermeden - niet minder dan revolutionair. De auteurs krijgen de wind van voren van ouders, opvoeders en de katholieke kerk. Bij studenten is het immens populair. Seks, seksualiteit in al hun dagdagelijksheid worden voor het eerst als 'normale' verschijnselen en met naam en toenaam beschreven. De auteurs worden vanaf dan opgezocht door hun studenten als raadgevers over seksualiteit. Maar tot hun eigen frustratie barst de seksuele bevrijdingsbeweging in Vlaanderen niet onmiddellijk los. Pas vijf jaar later zal Paula Semer het stof echt laten opwaaien met haar tv-programma Het gelukkige gezin waar ook Kruithof, maar niet Van Ussel, aan meewerkt.

Amsterdam

Van Ussel koestert de ambitie om een onderzoekscentrum rond seksualiteit op te richten aan de UGent in de faculteit Letteren & Wijsbegeerte. Hiervoor krijgt hij evenwel niet de ruimte aangezien er vooral in de faculteit Geneeskunde en het Universitair Ziekenhuis wordt ingezet nieuwe investeringen. Gedreven door zijn ambities en zijn drang naar kennis en omdat hij het idee had dat zijn beeld rond seksualiteit te beperkt is, trekt Jos Van Ussel naar Amsterdam om te promoveren bij professor Trimbos. In Gent wordt hij opgevolgd door Bob Carlier die op zijn beurt een stempel zal drukken op zowel het seminarie Moraalwetenschappen als de seksuele emancipatie in Vlaanderen.

Het (a)seksuele probleem

In 1968 publiceert Van Ussel zijn doctoraatsstudie "Geschiedenis van Het Seksuele Probleem", een gepopulariseerde versie van zijn proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam. Vertrekkende vanuit de civilisatietheorie van Elias stelt Van Ussel dat de seksuele onderdrukking haar oorsprong vindt in de kapitalistische burgerij, die er op een steeds rigidere manier in slaagde om het seksuele verlangen te onderdrukken en het thema seksualiteit te problematiseren. Samenhangend met de opkomst van het kapitalisme, ontstond reeds sinds de 12de eeuw een burgerlijk ideaal waarbij de hogere klasse zich wilde distantiëren van de lagere klasse. Centraal stond het concept van driftbeheersing, dat verbonden werd aan de mogelijkheid tot sociale mobiliteit voor wie zijn driften onder controle wist te houden. Tijdens de 16de eeuw werd dit ideaal onder invloed van het humanisme doorgezet bij de jongeren uit de lagere burgerij en zelfs verstrengd. Van Ussel gebruikt de concepten Fremdzwang en Selbstzwang om het proces van verinnerlijking van de 16de tot de 19de eeuw te verduidelijken. Enerzijds werd normconformiteit van buitenaf opgelegd en anderzijds, in een tweede fase, ging dit over in zelfcontrole en zelfs zelfbestraffing bij afwijking van de norm. In het Westen ging die tweede fase gepaard met de ontwikkeling van het schuldgevoel, hand in hand met een Westerse preutsheid. Deze preutsheid kwam voort uit een overgevoeligheid en erotisering van het dagdagelijkse, zoals het blootgeven van een enkel of hals bij jonge vrouwen. Resultaat was het onstaan van een aseksueel wereldbeeld, waarbij het seksuele op alle mogelijke manieren werd geweerd.

Volgens Van Ussel was de Kerk tijdens de jaren 1960 een van de belangrijkste bemiddelaars op vlak van seksualiteit. Dat was dan ook de reden waarom de Kerk zoveel belang hechtte aan het monopolie op opvoeding van jongeren. Van Ussel concludeert dat het civilisatieproces het ontstaan van persoonlijkheden mogelijk maakte, maar minder gunstig was voor het inschakelen van een seksuele component. In die logica pleit Van Ussel onder andere voor het toelaten van pedoseksualiteit. Volgens hem wordt de seksualiteit van kinderen immers door de maatschappij onderdrukt. Kinderen hebben volgens hem niettemin het recht hun seksualiteit te beleven, ook met volwassenen. Dergelijke ideeën zijn in de jaren 1970 en '80 gangbaar binnen sommige progressieve middens. Zo vindt Van Ussel in zijn strijd om mensen te sensibiliseren rond het thema pedoseksualiteit bijvoorbeeld een medestander in seksuoloog Bob Carlier.

Rotterdam

Na zijn werk aan de UGent, trekt Van Ussel vanaf 1970 naar de Erasmus Universiteit van Rotterdam als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan het Instituut voor Preventieve en Sociale Psychiatrie. Ondertussen is hij korte tijd bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NSVH) en schrijft hij het beginsel van de NSVH, dat tot vandaag onveranderd is gebleven. Kort na de afronding van zijn laatste boek Leven in communes in 1976, overlijdt hij op 58-jarige leeftijd.

Anke Stefens
Master Geschiedenis
9 november 2016

Fragmenten van deze tekst verschenen eerder in de scriptie van Anke Stefens, “Op de barricade voor de seksuele emancipatie. Het engagement van professoren en studenten aan de Gentse universiteit vanaf 1969.” Masterproef UGent, 2015.

Hoe verwijs je naar dit artikel?
Stefens, Anke. “Van Ussel, Jos (1918-1976).” UGentMemorie. Laatst gewijzigd 9 november 2016. www.ugentmemorie.be/personen/van-ussel-jos-1918-1976

Literatuur en bronnen

Kruithof, Jaap en Ignace Geurts. De seksualiteit herzien (Huldeboek Jos Van Ussel). Deventer: Loghum Slaterus, 1979.

Stefens, Anke. “Op de barricade voor de seksuele emancipatie. Het engagement van professoren en studenten aan de Gentse universiteit vanaf 1969.” Masterproef UGent, 2015.

Steyvaert, Jan. "1962 Jos van Ussel: van CGSO tot Sensoa." Canon Sociaal Werk Vlaanderen. Laatst geraadpleegd 9 november 2016. http://www.canonsociaalwerk.eu/be/details.php?cps=26.

Van den Berghe, Guy "Alle begin is moeilijk, de seksuele 'revolutie' in Vlaanderen." Yang (2001): 553-560.

Vos, Louis. Studentenprotest in de jaren zestig. Tielt: Lannoo, 1988.

Een persoonlijk relaas over de vakgroep Moraalwetenschap biedt: Vannieuwenburg, Alain. "De kritische Blandijn." DeMens.nu. Laatst gewijzigd 28.03.2021. https://demens.nu

Type persoon: 
Deel deze pagina: