Home > Artikel > 8. Glazen plafond

8. Glazen plafond

In 1995-1996 overschrijdt het aantal vrouwen dat zich inschrijft aan de UGent de kaap van 50% en in 2009 is hun aantal opgelopen tot 57% van het totale studentenaantal. Studentes halen bovendien betere resultaten dan hun mannelijke medestudenten en halen vaker de eindmeet. Sinds het kleine groepje 19de eeuwse feministes de weg naar hoger onderwijs voor vrouwen vrij maakte werd een immense weg afgeld. Maar wie denkt dat het eindpunt bereikt is, leest beter nog even verder.

In 2004 wees de Vlaamse Interuniversitaire Raad in zijn tweede Gelijkekansenrapport op de ondervertegenwoordiging van vrouwen aan de top van de Vlaamse universiteiten en op het manifest ontbreken van beleidsinitiatieven om de genderproblematiek aan te pakken. Het Gentse universiteitsbestuur gaf daarop de opdracht aan het Centrum voor Genderstudies een m/v-beleid te initiëren met het project ‘UGender’. In 2007 publiceerde het Centrum haar rapport over de man-vrouwrelaties aan de UGent. Het plaatje oogt niet fraai... 

Wetenschappelijke carrière

  • Binnen de studentenpopulatie is er sprake van horizontale segregatie: vrouwen zijn oververtegenwoordigd in de ‘zachte’ wetenschappen, mannen in de ‘harde’ wetenschappen. Studentes nemen minder vaak de rol van studentenvertegenwoordiger op zich in de officiële raden van de UGent en in studentenverenigingen.
  • In 2003-04 is slechts een derde van de doctoraatsdiploma’s uitgereikt aan een vrouw. Dat is evenwel al een groot verschil met de situatie in 1984-1985 toen slechts 1 op 10 doctoraatsgraden werd uitgereikt aan een vrouw.
  • Niettegenstaande de grootste groep van afgestudeerden een vrouw is, is de meerderheid van de junior wetenschappelijke medewerkers aan de UGent een man. In verhouding starten meer mannen dan vrouwen aan een academische loopbaan. Er is dus een probleem van instroom.
  • Daarnaast is er een probleem van doorstroom: vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers ‘verdwijnen’ bij elke stap omhoog op de academische ladder. Zo daalt op postdoctoraal niveau het percentage vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers naar 36%, op ZAP-niveau (Zelfstandig Academisch Personeel) is nog slechts 16% een vrouw. Het hoogste percentage vrouwelijke professoren vinden we in de Letteren en Wijsbegeerte; in deze faculteit is 27% van het ZAP een vrouw. Het laagste aantal vrouwelijke professoren (slechts 6%) zien we in de Farmaceutische Wetenschappen, niettegenstaande 77% procent van de afgestudeerden in 2000/01-2004/05 een vrouw is.
  • In vergelijking met 10 jaar geleden stijgt het aandeel van vrouwelijke wetenschappelijke medewerkers in bijna alle wetenschappelijke statuten aan de UGent. Bij de wetenschappelijke top van de UGent echter zien we geen evolutie in de man-vrouw verhouding: op de hoogste sport van de academische ladder is sinds 1994 slechts 10% een vrouw.
  • Dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen niet louter een kwestie van tijd is, zien we binnen de jonge cohorten van het ZAP-kader: zo is slechts 22% van de professoren jonger dan 40 jaar een vrouw. De UGent heeft met andere woorden een dik glazen plafond. 

Bestuursorganen

  • Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd in de centrale en decentrale beslissingsorganen van de UGent. Vrouwen zijn vaker opvolgers dan effectieve leden. In de Raad van Bestuur is slechts 13% van de leden een vrouw en in het Bestuurscollege zetelt er met uitzondering van de secretaris geen enkele vrouw.
  • Sinds 2000/01 waren alle decanen aan de UGent mannen. Enkel in de Letteren en Wijsbegeerte, Rechtsgeleerdheid en de Politieke en Sociale Wetenschappen waren er de voorbije 10 jaar vrouwelijke decanen.
  • In 2005 is 10% van de vakgroepvoorzitters aan de Universiteit Gent een vrouw.

Assisterend en Technisch Personeel

  • De man/vrouw verhouding bij het ATP is omgekeerd aan deze van het wetenschappelijk personeel: bij het ATP zijn vrouwelijke medewerkers in de meerderheid. Maar ook binnen het ATP is er sprake van verticale en horizontale segregatie. Vrouwen zijn sterk vertegenwoordigd in de lage functiegraden en -niveaus en werken in andere directies en faculteiten.
  • Daarnaast is er tevens sprake van contractsegregatie: vrouwen werken vaker dan mannen deeltijds en werken vaker op een (onzeker) contract van bepaalde duur.

Genderproblematiek?

Uit de enquête van het Centrum voor Genderstudies blijkt dat mannen zich niet bewust zijn van een genderproblematiek aan de UGent: de overgrote meerderheid van de mannelijke personeelsleden vindt dat mannen en vrouwen gelijk behandeld worden binnen hun vakgroep/afdeling en zijn van mening dat de competentie van mannen en vrouwen even hoog wordt ingeschat. Volgens vrouwen is er wel een genderproblematiek aan de UGent: een derde van de vrouwelijke ZAP-leden en de helft van de vrouwelijke postdocs zegt in vergelijking met hun mannelijke collega’s meer obstakels in hun loopbaan binnen de UGent te ervaren, een derde van de vrouwelijke ZAP’ers en postdocs heeft het gevoel dat hun geslacht invloed heeft op hun bevorderings- en doorstroomkansen en de helft van de vrouwelijke postdocs en ZAP’ers vindt dat mannen vaker dan vrouwen met gelijkaardige expertise gevraagd worden deel te nemen aan projecten en congressen. Ook op het vlak van combinatie werk en gezin en het gebruik van netwerken blijken genderverschillen te bestaan.

UGender

Een universiteit die de helft van haar potentieel niet gebruikt, verspilt wetenschappelijk talent. Gelijke kansenbeleid is daarom niet alleen een probleem van en voor vrouwen. Als strategie om tot een gelijkekansenbeleid te komen opteert het Centrum voor Genderstudies voor ‘gendermainstreaming'. Dat is het (re)organiseren, verbeteren, ontwikkelen en evalueren van beleidsprocessen op zo een manier dat een perspectief van gendergelijkheid wordt ingebouwd in het beleid op alle niveaus en in alle fases. Bij gendermainstreaming ligt de focus op het veranderen van structuren, systemen en culturen zodat vrouwen én mannen gelijke kansen hebben en voor beide een meerwaarde biedt.

Na het project UGender werd in oktober 2008 de centrale beleidscel Diversiteit en Gender opgericht. Zeven stafmedewerkers bouwen er het diversiteits- en genderbeleid van de UGent uit via beleidsacties en projecten.

Deel deze pagina: