Home > Artikel > 1.2. De visie van Petri

1.2. De visie van Petri

1. De Universiteit Gent tijdens Wereldoorlog II

1.2. De visie van Petri

De Duitse historicus Franz Petri is door het militair bestuur en meer bepaald de afdeling Kultur aangezocht om de toestand van de Belgische universiteiten te onderzoeken. Voor elk van de vier universiteiten wordt een regeling op lange termijn uitgewerkt die de belangen van het Derde Rijk moeten dienen. Terwijl enerzijds Luik de status van Franstalige universiteit kan behouden en Gent een Vlaams wetenschappelijk centrum (Bodenständig-flämisches Wissenschaftszentrum) moet worden, besluit men aan de Leuvense universiteit een puur theologisch karakter toe te kennen. Voor de U.L.B. anderzijds is een belangrijke taak weggegelegd met een politieke en culturele rol…de constituer le bastion avancé de la reconquête culturelle sur la civilisation française…. In de Hochschulpolitik zijn naast de …brauchbaren flämischen Kräften… ook Duitse gastprofessoren nodig. Ze hebben als taak de Belgische jeugd “te vormen” en de uitwisseling van wetenschappelijke onderzoekers te realiseren.

De vorming bestaat erin de kultuurpolitiek met een Westerse invloed in het Belgisch onderwijssysteem te vervangen door een Duitse. In de Brüsseler Zeitung van 7 november 1940 stelt kultuurspecialist Ehrhardt Evers dat de gastprofs “een tegengif moeten zijn voor de vroegere sfeer aan de Belgische universiteiten”.


5. In 1943 organiseerde de universiteit een tentoonstelling
 ten voordele van de organisatie Winterhulp, waar Heymans bij betrokken was.

Prof. dr. Leo Just omschrijft in dezelfde krant, naar aanleiding van het 125-jarig bestaan van de Gentse universiteit en de feestelijke herdenking op 15 en 16 februari 1943, het belang van de Duitse gastprofessoren: …wenn seit 1940 wiederum deutsche Gastprofessoren in Gent wirken, so wird damit eine Tradition deutsch-flämischer Zusammenarbeit auf wissenschaftlichem Gebiet fortgesetzt, die so alt ist wie die Universität selbst: 125 Jahre… . Voor het propageren van de Grootgermaanse gedachte is de niet-Duitse Germaanse jeugd en zeker de universitaire jeugd, zeer belangrijk.

Aan Franz Petri, aangesteld als Kriegsverwaltungsrat wordt …door von Craushaar de (politieke) bewaking (sic) van de R.U.G. toevertrouwd…. Vrij snel dringt Petri erop aan Kurt Tackenberg, professor in de prehistorie, aan te duiden om “aan de Gentse universiteit een nieuw intellectueel centrum uit te bouwen, een Germaanse vestiging van West-Europa”. Het aanwerven van Duitse gastprofessoren heeft als gezegd een ideologische bedoeling en de Volksforschung en Germanenkunde heeft aldus, volgens Petri, de grootste kans op slagen aan de Gentse universiteit. Tot tevredenheid van Petri kunnen begin juni 1940 de rectorale bevoegdheden van Baur overgedragen worden aan Jean Haesaert, die uit Frankrijk teruggekeerd is en volkomen loyaal tegenover Duitsland staat.

In de loop van juli 1940 draait de collaboratiepers op volle toeren. Een afrekening tussen professoren die in België gebleven zijn en de teruggekeerde professoren ligt in het verschiet. Een van de eerste slachtoffers is Paul Van Oye die deel uitmaakte van de “Toulouse-professoren”. Een 30-tal studenten uit het Verbond van Vlaamsche Studenten, het Gentsch Studentencorps en het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond zijn bereid Van Oye eigenhandig van de universiteit te verwijderen. De persoonlijke vete die tussen hem en collega Alfred De Waele, bestuurder van het Laboratorium voor Algemene Zoölogie en Dierenphysiologie bestaat, is zeker niet vreemd aan dit gebeuren. Het onderzoek naar de “postverlaters” komt in een stroomversnelling. Frans Daels gaat in de aanval tegen de “ongewenschte professoren”. In Volk en Staat van 25 augustus 1940 pleit Daels voor een algehele uitzuivering en stelt hij ook dat …katholieke-, vrijmetselaars- en andere “volksvreemde” kringen poogden de bedreigde professoren te redden…. Eerder al heeft Daels aan de bezetter meegedeeld hoe …de studentenschap” gewonnen was voor een “Vlaamsch-Nederlandschen staat” onder Leopold III en aanleunend bij Duitsland….

Het aantal personen, behorend tot het onderwijzend personeel van de Gentse universiteit, dat in mei 1940 het land verlaten had, bedraagt 70 op een totaal van 167. Voor het wetenschappelijk personeel is dit 39 op een totaal van 85. Door een besluit van secretaris-generaal van onderwijs Nyns van 9 september 1940, overgenomen in een rectorale circulaire van 13 september, worden de modaliteiten van het onderzoek vastgelegd. In een schriftelijke verklaring moet elke prof, die het land na 9 mei verlaten had, naast de identiteitsgevens een uitvoerig verslag uitbrengen van zijn verblijf “in den vreemde”.

Guillaume De Smet (foto 6), decaan van de faculteit Wetenschappen en in opvolging van Haesaert dienstdoend rector, wijst hierbij op de ernst van de toestand. Hij houdt een scherp toezicht op de naleving van het verbod waarbij voorlopig geschorsten de universiteit niet mogen betreden. Tot grote ergernis van de Militärverwaltung werkt de onderzoekscommissie van het Ministerie van Onderwijs echter bijzonder traag. Bij de start van het academiejaar 1940-41 op 12 november is niet meteen duidelijk wie mag lesgeven. Wel duidelijk zijn de aanstellingen (Zurückrufungen) aan de faculteit Geneeskunde van de ex-aktivisten Reimond Speleers en Adriaan Martens.

De benoeming van dr. Adriaan Martens tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde in België lokte in 1939 al hevige reacties uit. Zijn benoeming kan vooral voor de Franstalige oudstrijders niet door de beugel. Immers, hij is een gereputeerd internist-diëtist, flamingant maar bovenal oud-activist. Doordat de liberalen in deze contestaties meegaan, valt de driepartijenregering Spaak, de allereerste regering onder leiding van een socialist.

Lees verder 1.3. De stoelendans van de professoren
Keer terug: 1.1. Van een oude naar een nieuwe orde

Deel deze pagina: