Wolters, Gustave (1831-1914)
‘Wolters’ is een naam die de meeste Gentenaars wel bekend in de oren klinkt. De ‘Wolterslaan’ is inderdaad vernoemd naar vader Matthias en zoon Gustave vernoemd en volgt het tracé van de vroegere Rietgracht, de historische grens tussen Gent en Sint-Amandsberg. De vader kennen we van zijn verwezenlijkingen in Gent als ingenieur en architect. De zoon verdient ook zijn sporen als ingenieur in overheidsdienst, maar die carrière neemt een andere wending wanneer hij in 1870 gewoon hoogleraar wordt in de ingenieursopleiding van de UGent. In 1887 vervolledigt hij het rectoraat van collega Jean Kickx die onverwacht overlijdt. Aansluitend wordt Gustave Wolters opnieuw tot rector verkozen, een functie die hij uitoefent tot 1891. Het jaar nadien wordt hij studie-inspecteur aan de Ecole du Génie Civil (ingenieurswetenschappen) en in 1895 beheerder-inspecteur van de Gentse universiteit, een functie die hij bekleedt tot zijn emeritaat in 1901. Vanuit die bestuursmandaten bouwt hij de universiteit uit, soms met een zweem van eigenbelang.
Zoon van ‘nieuwe Gentenaar’ Matthias Wolters
Vader Matthias wordt geboren in 1893 in Roermond, dat op dat moment pas veroverd is door de Eerste Franse Republiek en Frans blijft, tot het in 1815 een deel wordt van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1810 verlaat Matthias zijn geboortestad en vergezelt de Belastingontvanger bij wie hij klerk is, naar de hoofdstad Parijs. Als 17-jarige is hij op zichzelf aangewezen maar blijft niet bij de pakken zitten. Naast zijn diensturen wordt hij handelsvertegenwoordiger van een zijdefabriek in Lyon en studeert voor ingenieur-architect aan de Ecole Polytechnique. In 1820 komt hij als ingenieur in staatsdienst van het Koninkrijk der Nederlanden. Zijn eerste realisaties zijn de versterkingswerken aan de Boschpoort in Maastricht en de aanleg van het kanaal Maastricht-Hocht. Wanneer hij in 1825 aangesteld wordt om de graaf- en bouwwerken aan het nieuwe Kanaal van Terneuzen leiden, vestigt hij zich waarschijnlijk het Gentse. In 1829 huwt hij in Sas van Gent met de Gentse Rosalie Verschaffel. Na de Belgische Revolutie van 1830 kiest Matthias voor België en wordt Ingenieur Bruggen en Wegen en in 1837 Hoofdingenieur voor de Provincie Oost-Vlaanderen. De gebouwen die Matthias Wolters tussen 1842 en 1847 in het Gent en omgeving ontwerpt zijn onder meer het Bisschoppelijk paleis en de kerken van Heusden, Sint-Denijs-Westrem en de Sint-Amandskerk van Sint-Amandsberg. In 1847 krijgt Matthias Wolters uit de handen van Leopold I de erfelijke titel van jonkheer.
Bevoorrecht milieu
Gustave wordt geboren in Gent in 1831 als middelste van drie kinderen. Hij heeft een één jaar oudere zus en een zus die drie jaar jonger is. Ze groeien onbezorgd op in een bevoorrecht milieu. De meisjes huwen met heren van adel, de jongen doet klassieke humaniora aan het Koninklijk Atheneum aan de Ottogracht en vat nadien, in de voetsporen van zijn vader, de studies voor ingenieur aan. Een maand na zijn afstuderen aan de Ecole du Génie Civil in oktober 1855, wordt hij na een geslaagd toegangsexamen, onderingenieur van Bruggen en Wegen. Zijn eerste opdracht zijn verbeteringswerken aan de Samber in de Provincie Henegouwen. Vanaf de zomer van 1859 wordt hij gehecht aan het Bestuur van Bruggen en Wegen van de Provincie Oost-Vlaanderen tot hij in 1870 wordt aangesteld als professor aan de Ecole du Génie Civil, onderdeel van de Gentse universiteit. Hij blijft weliswaar ambtenaar bij de ter beschikking gestelde leden van het korps Bruggen en Wegen, waar hij verder carrière maakt tot en met de graad van inspecteur-generaal in 1890.
Hij huwt in 1857 met Louise de la Kéthulle de Ryhove die stamt uit een adelijke familie die teruggaat tot de 15de eeuw. Er worden negen kinderen in het gezin geboren, waarvan acht overleven. De oudste zoon René (1858) ziet nog het levenslicht in Charleroi. Vanaf de tweede zoon Mathias worden alle kinderen in Gent geboren, wat sinds 1859 de standplaats is van vader Gustave. De derde zoon Frédéric (1861) wordt net zoals zijn vader, ingenieur en hoogleraar aan de UGent.
Opdrachten als ingenieur bij Bruggen en Wegen
Als ingenieur bij het bestuur van Bruggen en Wegen van Oost-Vlaanderen is hij vooral bezig met waterwerken. Zo staat hij in 1859 in voor de studies en de werken voor de kanalisatie van de Leie en wordt hij in 1862 belast met aan de verbeteringswerken uit te voeren aan de Dender. In die période herwerkt en vervolledigt een nieuwe editie die in 1869 verschijnt van het standaardwerk van zijn vader ‘Recueil des lois, arrêtés, règlements, etc. concernant l'administration des eaux et polders de la Flandre Orientale’, dat voor het eerst in twee delen werd gepubliceerd in 1840-1841.
Aan de universiteit
Op het ogenblik dat Gustave Wolters in 1870 gewoon hoogleraar benoemd wordt bij de ingenieursopleiding, zitten die bijzonder slecht en krap behuisd. De Voorbereidende Scholen nemen vanaf 1840 hun intrek in een paviljoen dat voor hen is neergezet op de koer van de Aula in de Voldersstraat. De Speciale Scholen nemen vanaf 1858 hun intrek in de lokalen van het voormalig Jezuïetenklooster in de Voldersstraat dat tien jaar voordien door de provincie aan de stad werd geschonken. Hier geeft Wolters de cursus ‘bouwwerken’ met de erbij horende ontwerpen en oefeningen, waarmee hij in 1870 belast wordt. Wolters volgt vanop de eerste rij het financiële lobbywerk, de moeilijke zoektocht naar een geschikte locatie en uiteindelijk het ontwerp en de bouw van het nieuwe Instituut van de Wetenschappen. De kredieten worden reeds in 1879 ter beschikking gesteld door de allereerste Minister van Openbaar Onderwijs, Pierre Van Humbeeck. Na heel veel palaveren en getouwtrek wordt de Bataviawijk door alle betrokken partijen aanvaardt als bouwlocatie. Professor Adolphe Pauli ontwerpt het gigantische gebouw, samen met collega Felix Dauge voor de technische installaties. Het verrijst tussen de Plateaustraat en de Rosier. De eerstesteenlegging in 1883 gaat gepaard met grootse feestelijkheden. Gedurende het laatste academiejaar van het rectoraat van Gustave Wolters (1890-1891) is het Instituut voltooid en kan in gebruik genomen worden. In hetzelfde jaar 1890 verliest de UGent haar monopolie op de vorming van burgerlijk ingenieurs en kan ook grote concurrent Leuven die opleiding geven. Die beslissing wordt niet toevallig genomen onder homogeen katholiek bewind.
Het Instituut van de Wetenschappen blijkt onmiddellijk te klein voor de enorme ontwikkelingen in de wetenschappen gedurende dat tijdsgewricht. Ook de ingenieurswetenschappen worden veel meer afgestemd op de noden van de industrie. Wanneer Wolters in 1895 beheerder-inspecteur wordt bij de universiteit en directeur van de eraan gehechte Scholen voor Burgerlijke Bouwkunde, vraagt en krijgt hij ontlasting van die cursus bouwwerken, met uitzondering van het onderdeel funderingen. Zo blijft hij ondanks zijn bestuursmandaat met één voet in de praktijk staan. Samen met collega Jules Boulvin, een visionaire geest en pionier in de Belgische machinebouw, is Wolters gangmaker van de bouw van het nieuwe Laboratorium voor Toegepaste Mechanica in de Petroolstraat (huidige Denderlaan) dat in 1900 in gebruik wordt genomen. Het is één van zijn laatste wapenfeiten aan de universiteit. In 1901 wordt hij tot het emeritaat en kan hij zich volledig toeleggen op de urbanisatie van de wijk rond zijn nieuwe woning.
Grootgrondbezitter in de wijk Heirnis
Gustave Wolters bezit heel wat gronden in de wijk Heirnis, en urbaniseert een deel van die wijk op het grondgebied Sint-Amandsberg. In 1888 krijgt hij de toelating om er de Toekomststraat aan te leggen, in het verlengde van de huidige Forelstraat op het grondgebied Gent. Wolters, die sinds 1895 administrateur-inspecteur is van de Gentse universiteit, is uiteraard goed op de hoogte van de ambitie sinds 1860, om een nieuwe ‘plantentuin’ in te richten ter vervanging van de plantentuin in Baudeloo die verworden is tot buurtpark. Hij is bereid zijn gronden tussen de Rietgracht (huidige Wolterslaan), de Gentbruggestraat, de Toekomststraat en Dendermondsesteenweg te verkopen. Hij heeft er een moestuin en er wordt een park aangelegd. Er wordt een ontwerp getekend in 1897, dat fel verdedigd wordt in de gemeenteraad, maar behoorlijk wat controverse teweegbrengt. Uiteindelijk wordt geöpteerd voor een perceel aan de Ledeganckstraat vlakbij het pas aangelegde Citadelpark. Doordat het plan niet doorgaat, wordt de grond in Sint-Amandsberg verder verkaveld.
In 1904 dienen Gustave Wolters, de heren Van Belle en de Vleeschouwer een aanvraag in voor “de opening van verscheidene nieuwe straten op hunnen eigendommen gelegen binnen deze gemeente”, met name de Beeldhouwersstraat, de Ondernemersstraat (vanaf 1942 Aannemersstraat genoemd) tussen Rietgracht en Klinkkouterslag, en de Bouwmeestersstraat. Deze drie straten worden door particulieren aangelegd en niet door de overheid. Het tracé van de Aannemersstraat verloopt met twee knikken, om dan rechtstreeks door te lopen naar de Gentbruggestraat. Deze knikken verwijzen nog naar het hek van kasteel "ter Heirnis" van Wolters, gebouwd in het begin van de 20ste eeuw, dat hier aanvankelijk stond op de hoek van de Bouwmeestersstraat en de Aannemersstraat. Het wordt in de loop van de jaren 1960 gesloopt werd. Het vrijgekomen gebied wordt verkaveld en bebouwd met een rij aaneengesloten appartementsgebouwen die zich met een oprit teruggetrokken van de rooilijn bevinden. De huidige Wolterslaan, die langs zijn domein loopt volgt het tracé van de gedempte Rietgracht en wordt in 1916 aangelegd.
Gustave Wolters overlijdt in 1914 en wordt bijgezet in het familiegraf op het Campo Santo aan de kerkmuur van Sint-Amandskerk.
Frank Cotman
Vakgroep Geschiedenis UGent
30 augustus 2026
Hoe verwijs je naar dit artikel?
Cotman, Frank. "Wolters, Gustave (1831-1914)." UGentMemorie. Laatst gewijzigd 26.08.2026. www.ugentmemorie.be/personen/wolters-gustave-1831-1914
BIBLIOGRAFIE
https://www.ugentmemorialis.be/catalog/000000184
Van wei tot wijk. Ter herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gentse wijk Heirnis, vzw 100 jaar Heirnis, Gent, 1988.
Deneckere, Gita, Uit de ivoren toren. 200 jaar Universiteit Gent, Tijdsbeeld, 2017.
150 jaar ingenieursopleiding aan de Rijksuniversiteit Gent (1835-1985), Faculteit van de Toegepaste Wetenschappen RUG, 1985.