Campo Santo

Op 8 december 1847 wordt Sint-Amandsberg een zelfstandige parochie en wordt de nieuw gebouwde Sint-Amanduskerk, naar ontwerp van Matthias Wolters, en de bijhorende begraafplaats op de heuvel, plechtig gewijd. Het grondgebied van Sint-Amandsberg is op dat moment een deel van de gemeente Oostakker en wordt in 1872 een zelfstandige gemeente om in 1977 bij de fusie te worden opgenomen in Gent. Het praalgraf van Jan Frans Willems, de vader van de Vlaamse Beweging, wordt onder massale belangstelling op 26 juni 1848 ingehuldigd. Jules de Saint-Genois spreekt als ooggetuige van een menigte van minstens 15.000 mensen. Enkele dagen voordien zijn zijn stoffelijke resten, die twee jaar eerder op het kerkhof aan de Wasstraat een rustplaats vonden, opgegraven. Hendrik Conscience die één van de sprekers bij de plechtigheid is, zegt: "En wij, wij zullen onze zonen in bedevaert naer hier geleiden, naar het Campo Santo waer de vlaamsche helden rusten, om God te danken voor de hier behaelde overwinning". Het is voor het eerst, maar niet voor het laatst, dat de naam 'Campo Santo' wordt gebruikt.

Een begraafplaats uitbaten blijkt een lucratieve bezigheid, en terwijl 'BV's' zoals we ze nu noemen, doorgaans met een katholieke en vaak vlaamsgezinde achtergrond, er ter aarde besteld worden, woedt de strijd tussen clerus en gemeentebestuur over de opbrengt van de concessies. Dit alles mag ons niet doen vergeten dat het merendeel van de begrafenissen, mensen uit de onderkant van de samenleving zijn, die in het midden van de 19de eeuw zwaar getroffen worden door armoede, honger en ziekte. Tussen 1847 en 1858 worden er niet minder dan 452 kinderen jonger dan 10 jaar begraven.

Een strijd om de centen

Deel deze pagina: